De Ladder

"Zal ik uw koffer nemen, meneer? Of wilt u die liever zelf dragen?"
"Eh, ja, alstublieft."
"Zo, met de lift zijn we zo boven. U bent hier voor zaken of plezier?"
"Zaken. Helaas."
"Hoezo, helaas?"
"Wel, het lijkt me hier wel een mooie omgeving. Maar ik heb nu geen tijd om ervan te genieten."
"Meneer, u moet niet zo hard werken misschien? U zou u wat meer moeten ontspannen!"
"Natuurlijk, u heeft gelijk."
"Kennelijk wil iedereen de top bereiken".
"Is dat niet goed, dan?"
"Weet u, daar boven is het ook niet allemaal rozengeur en maneschijn."
"Hoe weet ú dat nou"?
"Tja, ik kom er maar al te vaak."
"U bedient toch alleen de lift hier? Of bent u hier ook de direkteur?"
"Nee hoor! Ik heb hier maar één taak: de gasten naar hun kamer brengen."
"Maar wat gaat u – wat u noemt – ‘daar boven' dan doen?"
"De gasten naar hun kamer brengen, zoals ik al zei. Wat is uw kamernummer?"
"1406. Dat is dacht ik op de bovenste verdieping."
"Niet helemaal."
"O, is er ook nog een 15e verdieping? Zeker voor speciale gasten!"
"Deze lift gaat naar boven. Ik kan u net zover brengen als u wenst."
"U maakt zeker een grapje?"
"Zie ik eruit als een grappenmaker? Dit is serieus werk, meneer! Als u het niet leuk vindt, kan ik hier wel stoppen, en kunt u verder de ladder nemen."
"Ho, ho. U gaat me veel te snel."
"Zal ik de lift even stoppen?"
"Nee, de lift is prima. Hoewel, ik weet het eigenlijk niet. U zegt, dat deze lift alleen naar boven gaat? En wat is dat voor vreemds met die ladder."
"Er is niets vreemds aan de ladder. En het lijkt mij heel gewoon dat de lift naar boven gaat. Ik moet de gasten toch naar hun kamer brengen? De kamers zijn boven, dus de lift moet naar boven gaan!"
"Maar morgen ga ik weer verder. Dan moet ik toch weer naar beneden?"

"Ja, hoor eens, dat soort dingen moet u mij niet vragen. Ik heb u reeds gezegd, dat ik de mensen alleen naar hun kamer breng."
"Ik geloof dat ik liever meteen maar uitstap. Ik neem de trap wel naar boven."
"De ladder zult u bedoelen."
"Eh....."
"Meneer weet niet van de ladder?"
"Ik weet niet wat u bedoelt, hoor! Wat voor een ladder?"
"Hoe is het mogelijk. Een ladderloze ziel. Hoe bent u ooit zover kunnen komen? Zonder iets te weten van de ladder! De wonderen zijn de wereld nog niet uit! Ik ken genoeg mensen die de ladder goed zat zijn. Maar iemand die nog nooit van de ladder heeft gehoord! Uitzonderlijk! Ik geloof dat ik u maar direkt helemaal boven moet brengen. Dus zegt u het maar. Wilt u rozengeur of maneschijn, of misschien wat anders?"
"Eh...."
"Meneer, u moet kiezen, hoor!"
"Eh, wel, rozengeur?"
"Uitstekend. Daar gaan we."
"Wat gaan we ‘daar boven' eigenlijk doen?"
"U wordt er waarschijnlijk tentoongesteld, of zo. U moet mij zoiets niet vragen. Ik breng de gasten alleen naar hun kamer. En uw kamer is op de bovenste verdieping, zoals u zelf al zei."
"Het is allemaal wel erg verwarrend in dit hotel. Liften die alleen naar boven gaan, vreemde ladders, rozengeur of maneschijn. Veel begrijp ik er niet van. Maar ja, alles went op den duur, zal ik maar zeggen."
"Och, u moet het zo zien: u bent verantwoordelijk voor wat u denkt, dus doet of ziet. U heeft voor dit hotel gekozen. En inderdaad, u heeft gelijk, alles en dus ook iedere illusie, went. Ook aan het leven in dit hotel hier wen je. En dus moet je constant oppassen. Want voor je het weet, weet je niet beter."
"Eén ding moet u me toch uitleggen. Hoe zit dat met die ladder?"
"Morgen meneer, morgen. Dan moet u weer verder."

Medellin, Colombia, juli 1997.


[Top of page]