Kringlopers

Gisteravond zat ik aan de bar van het hotel wat suf voor mij uit te kijken, toen ineens de persoon naast mij, die ik eerder niet had gezien, tegen mij zei: "U bent vast en zeker een kringloper."
"Wat zegt u?"
"Ik zei: U bent vast en zeker een kringloper."
"Ik zou niet weten waarover u het heeft."
"Dat is nou typisch voor een kringloper."
"Wat is er dan zo typisch?"
"Dat u weet waarover ik het heb. Maar tegelijkertijd ontkent u wat u weet."
"Bedoelt u dat ik lieg?"
"Nee, natuurlijk niet."
"Wat bedoelt u dan? Ik begrijp er niet veel van. Misschien kunnen we beter een biertje bestellen in plaats van ons te verdiepen in onbegrijpelijke dingen?"
"Dat is een goed idee. Ik bedoel dat biertje."
Ik bestelde twee glazen bier.
"Proost!"
"Kijk, een kringloper zegt steeds proost' als hij het glas heft. Nooit eens wat afwisselends. Een kringloper herhaalt de dingen steeds weer opnieuw. En daarbij denkt hij ook nog dat hij vooruit gaat."
"Als u mij als een, wat u noemt, kringloper aanmerkt, wat bent u dan?"
"Ik loop niet zoals u. En zeker niet in dat befaamde kringetje. Mensen die dat doen, kijken altijd naar buiten, en zelden naar binnen. En wat je buiten ziet, weerspiegelt niet wat je bent."
"Dus zoals ik de wereld zie, ziet u de wereld niet?"
"Ik betwijfel het ten zeerste meneer. De wereld zoals ik die zie, is een veel mooiere."
"Dat overkomt mij nou steeds. De wereld van de andere mensen ziet er kennelijk altijd beter uit dan de mijne. De wereld is zeer oneerlijk verdeeld."
"Wederom een typische kringloper gedachte als u het mij vraagt.
Maar u zou om te beginnen kunnen proberen uzelf bewust te laten zijn dat, zoals zoveel kringlopers, u de neiging heeft uzelf als oneerlijk behandeld te zien. Immers de wereld is niet verdeeld, dat is slechts uw visie van de wereld. Iedereen kiest zijn eigen wereld, investeert in die wereld en verdedigt die wereld tegen allerlei gefantaseerde vijanden, totdat hij er dood bij neervalt, vermorzeld door zijn gedachtenspinsels, met andere woorden letterlijk doodmoe van het kringlopen."
"Als ik u zo hoor, gelooft u niet in een wedergeboorte na de dood, want dat zou typisch een kringloopse gedachte zijn in uw opvatting."
"Goed zo. U kijkt al een beetje een andere kant op."
"Ik zou niet weten wat u bedoelt."
"Och dat is ook niet zo belangrijk. Geeft u mij maar 500 dollar, dan bent u van mij af."
"Wat is dat voor een idioot verzoek? Ik mag dan in uw ogen een kringloper wezen, maar ik geef u toch echt geen rooie cent! Ik raak m'n geld wel op een aangenamere manier kwijt."
"U raakt uw bezit kennelijk graag kwijt en u bent bang het kwijt te raken. Maar als u mij iets geeft, raakt u toch niets kwijt? U weet toch waar het is? Waarom bent u zo onthutst?"
"Maar dan heb ik er niets meer aan!"
"U wordt wel snel boos, zeg! U leeft in een wonderlijke wereld, waarin zo te zien alleen innerlijke rust gevonden kan worden buiten uzelf. Inclusief uw geld. Mijn idee is, dat je rijk bent als je geeft, niet als je krampachtig aan je rijkdom vast blijft zitten. U als kringloper zou dat eigenlijk bij uitstek moeten weten. Geld moet rollen, zou u zeggen. Voor de aardigheid zou u wanneer u zo boos wordt eens tot uzelf kunnen zeggen: Hé, misschien kan ik er eens naar op een andere manier naar kijken?"
"Ongetwijfeld meneer. Welterusten."

Georgetown, Grand Cayman, juli 1997.


[Top of page]