Vliegeren

"Kijk 'ns hoe hoog hij gaat! Tot aan de hemel! Da's heel ver, hè?"
"Ja, heel ver."
"Waarom is de hemel zo ver? Het zou toch veel leuker zijn als de hemel op aarde was?"
"Dat denk ik ook wel."
"Kunnen we niet net doen alsof de hemel hier is? Dan kunnen we op zaterdagmiddag bij God op bezoek. Of gaat hij dan ook boodschappen doen?"
"Ik geloof niet dat God boodschappen hoeft te doen."
"Bij ons naast doen ze ook nooit boodschappen."
"Maar je weet toch dat de supermarkt van de buurman is? Als je een supermarkt hebt, hoef je geen boodschappen te doen."
"Heeft God dan ook een supermarkt?"
"Nee, ik geloof het niet."
"Als ik God was, dan zou mijn winkel altijd open zijn."
"God's winkel is ook altijd open."
"Maar je zei net dat hij geen winkel heeft!"
"Ik bedoel, bij God kun je altijd terecht."
"Dus kan ik woensdagmiddag na school ook bij hem langs gaan? Dan kan ik zijn auto wassen! Verdien ik vijf piek! Of misschien wel meer, want hij heeft natuurlijk een hele grote!"
"Ik geloof niet dat hij een auto heeft."
"Wat saai. "
"God wil alleen maar dicht bij zijn kinderen zijn."
"Nou zeg, waarom is ie dan zo ver weg gaan wonen! Als ik God was, dan ging ik hier aan de overkant in de knoek wonen. Dan zouden mijn kinderen altijd op bezoek kunnen komen. Dan maken we er weer een mooi paradijs van."
"God is ook niet ver weg. Wij geloven alleen maar dat hij ver weg is."
"Waarom geloven we dat dan? Kunnen we dan niks anders gaan geloven? Als je weet dat hij dichtbij is, dan is het toch stom te geloven dat hij ver weg is?"
"Als je het inderdaad weet, hoef je het niet meer te geloven. Maar veel mensen weten het niet zeker en daarom moeten ze geloven het te weten."
"Als ik God was, zou ik de wereld toch anders hebben gemaakt. Ik zou ervoor zorgen dat niemand meer hoeft te geloven."
"God heeft jou gemaakt zoals hijzelf. Dus kun je zelf de wereld maken zoals hij dat kan."
"Dat snap ik niet."
"De wereld ziet er uit, zoals je denkt dat hij eruit ziet."
"Dus als ik de wereld mooi wil maken, hoef ik alleen maar anders te denken? Dan hoeven we dus ook niet net te doen alsof de hemel hier is!"
"Als je weet dat God bij je is, ben je in het paradijs. Als je dat niet weet, of niet gelooft, dan geloof je ook niet dat je in het paradijs bent."
"En in het paradijs is er ook geen ruzie!"
"Nee, want als iedereen erop zou vertrouwen in het paradijs te zijn, zouden op hetzelfde moment alle ruzies afgelopen zijn."
"Dus dan is er voor iedereen vrede."
"Ja, want ruzie is altijd een teken dat je bang bent. En je bent bang omdat je je vertrouwen hebt verloren. Je kan dan alleen nog maar vertrouwen op jezelf."
"Dus eigenlijk is er geen hemel daarboven. Die is hier!"
"Inderdaad. De hemel is nu, want er is geen andere tijd."
"En al die mensen die naar de hemel willen gaan, weten die dat niet?"
"Zij zoeken de hemel ergens anders. Ze zouden beter kunnen kijken, waarom ze die niet hier zien."
"Dus de vlieger is al lang in de hemel!"
"Inderdaad."

Curaçao, Hemelvaartsdag 1997.


[Top of page]