Bontebreiland

Te midden van de Eilanden, niet zo ver weg van onze wonderlijke wereld, ligt Weiland. Het is een heuvelachtig land en het gras is er - ook achter de heuvels - altijd even groen. Natuurlijk zijn er in Weiland de Weilanders. Zij wonen er dus natuurlijk. En van nature houden zij zich bezig met grazen, herkauwen, dromen en loeien. Het Weilandgeloof is pril en dus nog zo groen als gras, en zo willen de Weilanders het ook houden. Zij grazen het (het gras dus), ze herkauwen het, ze dromen ervan en loeien erover. Kortom, het is een vredige wereld.

Hoewel Weiland niet zo moeilijk te vinden is, zal ik u toch een reisbeschrijving geven, te meer daar de verleiding groot kan zijn om in de landen die we passeren om er te komen, langer te blijven hangen dan nodig is.

Steevast vertrekken we van ons Geliefdeiland en begeven ons naar Tijland, het land waar het leven vaak overvloedig is, maar dat evenzo perioden kent waarin alles weggeëbt lijkt te zijn. Dan staat het land droog, waarna de Tijlanders weldra de behoefte aan, en daardoor vervolgens de nattigheid zelve voelen. U begrijpt het is geen ideaal land.

En dan, of je het leuk vindt of niet, trekken we door Blijland, u weet wel het land waar elke inwoner goed gemutst door het leven gaat, of hij het leuk vindt of niet. De Blijlanders zitten met hun handen in het haar (wat knap lastig is met die mutsen op) en hebben er een punthoofd van gekregen. Menigeen draagt dan nu ook een bijpassende puntmuts.

Gelukkig kunnen we Jijland links laten liggen. Er wordt daar immers alleen maar naar elkaar gewezen en jijen en jouwen is er de nationale sport. We passeren daarna niet alleen Pijlland, waar de boog altijd gespannen staat, Peilland, waar dat niet duidelijk is, maar ook Pijland, waar gelijke kappen vanzelfsprekend zijn, doch waar een bijzondere kap meestal iets meer van zelf spreekt dan de verkapte meerderheid.

Dan gaan we door Reilland en Zeilland, het waterland, en uiteraard door Rijland, het landland. Nog een klein stukje, dan zijn we er. Eerst echter gaan we langs Kippe(n)eiland, waar men niet alleen moeite heeft met de landsnaam, maar (ernstiger) nog steeds niet begrijpt dat volgorde van schepper en schepsel iets te maken heeft met oorzaak en gevolg. Nogal kippig dus. We zouden er beter aan doen Tuinger Eiland aan te doen, waar ze altijd zelf scheppen, zoals wij dat vroeger ook allemaal gewoon waren te doen in onze tuin. Nu zijn we echter net harken en moeten we dagelijks sprokkelen voor een vuurtje dat warmte moet geven.

Het zijn allemaal landen die zeer zeker een bezoekje waard zijn, maar u zult het met me eens zijn: dat geldt niet voor Aver Eiland en nog minder voor Kwijlland. Ook is het nu niet de juiste tijd om aandacht te geven aan Stijlland, want daar is afwijking van het gebruikelijke pad een gruwel, en dus ook niet aan Steilland, maar alleen maar omdat de landing er wat moeilijk verloopt. Bij het kleine Mijlland bereiken we de onvermijdelijke paal, en arriveren spoedig erna in Weiland.

Natuurlijk wist u dat Weiland van oudsher bekend is om zijn grazige weiden, maar ons bezoek aan Weiland zal u laten zien wat het nog meer te bieden heeft. Dit is echter maar een korte trip, zodat we thans helaas niet op alle eigen aardigheden van Weiland kunnen ingaan.

Vanuit Weiland zijn interessante uitstapjes te maken naar de buurlanden Hijland en Zijland. De Hijlanders en Zijlanders bezoeken elkaar over en weer veelvuldig. Slechts Niemand (uit het tussenliggende land) begrijpt wat zij in elkaar zien maar meer nog wat niet.

Sommigen van hen houden van stappen in Bijland en Geilland, maar daar kan ik u niet veel over vertellen. De Weilanders bemoeien zich niet al te veel met Hij- en/of Zijlanders en daardoor hebben zij (en ook Hij) weinig in de melk te brokkelen. De Weilanders begrijpen absoluut niet waarom de Zijden en Hijden (ook wel Zijgers en Hijgers genoemd) er niet één land van maken, een éénei-land dus. Wat de Weilanders betreft is het gras overal even groen.

Aangezien er altijd nog alle tijd is, dus ook over, mag een bezoekje aan Mijland niet worden overgeslagen. Het zal uiteraard duidelijk zijn dat u er veel te zoeken heeft, maar helaas bent u er zelden welkom. Dat kan een pijnlijke ervaring zijn. Vergeet echter niet. Ik bedoel, vergeet echter niet dat vergeten weinig oplost. Maar voorkom ook, dat u de Mijlanders van uw ellende de schuld geeft, want dan mag u er de volgende keer misschien helemaal niet meer komen. En dat zou jammer zijn, want u heeft er veel te zoeken.

De echte avonturiers kunnen beter afreizen naar Vrijland, een land waar wij ooit allemaal ons hart verloren hebben. In Vrijland kun je waarlijk je hart ophalen. Ik druk u echter op het hart (dat u weliswaar nog moet ophalen), op uw hoede te zijn, want het gerucht gaat dat alleen de hartelozen nog terugkeren. Vrijland is dus het land waar iedereen voor goed naar toe zou willen gaan. Helaas de meesten zinkt het hart bij voorbaat in de schoenen en dat is lastig lopen.

Voor de huis-, tuin- en keukenreiziger is het wellicht daarom verstandiger om niet thuis maar dichter bij huis, tuin en keuken te blijven. Hen adviseer ik de binnenlanden in te trekken, naar het gebied dat officieel Heilland heet (en niet Heiland, het land van de hei), en dat in de volksmond meestal Wijland wordt genoemd.

Wijland is een interessant reisdoel, waar wij graag heen gaan. Het is dichtbij want het ligt in het binnenland en je hoeft dus alleen maar te zorgen dat je binnen landt. Het is er niet zo druk, want de meeste reizigers zoeken het in de keuken van de buren of nog verder weg, en een bijkomend voordeel van zo'n reisje naar Wijland is, dat je er toch even helemaal uit bent.

Op weg naar Wijland kom je medereizigers tegen, alsmede tegenreizigers. Het zal u opvallen op deze weg dat de medereizigers heel aardige en interessante lieden zijn. Dat moet ook wel: ook zij gaan naar het binnenland. Allerlei reisideeën kunnen we dan ook met elkaar delen en daardoor versterken, maar we moeten beseffen dat we daar niet veel wijzer van worden. Wat dat betreft kun je beter een gesprekje aanknopen met de tegenreizigers, hoewel het meestal niet alleen tegen-, maar ook dwarsliggers zijn. Wij vinden dat zij vinden dat onze wereld er maar raar uitziet. Maar soms kunnen ze je leren dwars (of zelfs tegen) te liggen. En als je eenmaal dwars ligt, ziet de wereld er opeens weer heel anders uit: dwars noch tegen!

Als u voor het eerst in Wijland aankomt, zal het u opvallen dat niemand meer reist. Iedereen is er. Heel stil en vredig. Vandaar de naam Wijland: één grote wij.

En dan is het helaas weer tijd om terug te keren. Op onze terugreis naar Weiland denken wij vaak te zien hoe de tegenreizigers (wie zijn dat eigenlijk?) alles heel anders zien dan wij.

U ziet, in Weiland leven bonte lieden, elk met eigen vlekjes. Het is er goed toeven. Vandaar de koosnaam die velen eraan geven: Bontebreiland. Maar ik ken een paar vervelende dwarsliggers die liever Bontebrijland zeggen en vooral schrijven. En daarover is dus weer veel te loeien.

Geliefdeiland, Begin van de Lente 1997.


[Top of page]