Kerstnacht

Er was eens een planeet in een groot universum. De planeet kende vele eilanden. Grote, kleine en zelfs eilanden die onbewoond leken te zijn. De eilanders zagen niet veel daglicht en hun nachten waren daarom lang en donker. Nachten die gevuld werden met nachtmerries en dagen waarin zij doorgaans die nachtmerries gestalte gaven. Dan zaten ze te dagdromen en vreesden ze dat hun eiland eindigde waar de zee begon. Toch tuurden ze vaak uren over de grote zee in de hoop en verwachting dat er eens iemand zou aanspoelen. Of ze sloegen bruggen naar een ander eiland, maar hun pogingen mislukten maar al te vaak.

Op een enkele heldere dag hadden de eilanders diep in hun hart nog wel eens het gevoel dat ze op zoek moesten gaan naar de schat die op ieder eiland lang geleden begraven was. Maar het schatgraven was moeizaam want het leek vaak meer op het graven van een bodemloze put. Dan stelden ze hun pogingen maar weer uit. Ze beseften dan wel niet dat uitstel in de eeuwigheid weinig uitmaakte, maar voor hun tijdsbesef was het tragisch. Desondanks leefden ze nog lang, maar zelden gelukkig.

Deze avond, met al zijn lichten die het donker rondom ons weg schijnen te schijnen, met al onze vrienden zo heel dichtbij, geeft ons een gevoel van samenzijn. Maar ook hier zitten wij, eilanders in hart en nieren, op ons eenzaam eiland en zoeken naar geluk en innerlijke vrede. We beseffen dat de schatkist onvindbaar is en blijven de horizon afzoeken naar een redder.

Hoe komt dit? Waarom zijn we allen zoekende en waarom vinden we nooit? Is het niet omdat we alleen maar naar buiten kijken en zelden naar binnen? En is dat niet onze eigen keuze? En daarmee ook onze eigen verantwoordelijkheid?

We houden er niet van om naar binnen te kijken, want we voelen dan dat we niet volmaakt zijn; er ontbreekt iets. Dat vinden we niet prettig en om dat onprettige gevoel kwijt te raken, zoeken we voor aanvulling buiten onszelf. En "natuurlijk" ontmoeten we "toevallig" een andere eilander die in staat en bereid is om ons datgene te geven, wat we nodig hebben, zoals veiligheid, geborgenheid, gezondheid, geld, huwelijk, sex, kinderen, eeuwigheid, vrijheid of zelfs God. Hetgeen we krijgen zal ons een gevoel geven volmaakt te zijn. Daarom houden we van de ander; zo lang die de taak vervult. Maar tegelijkertijd zijn we jaloers op die ander, omdat de geschenken van die ander zijn en ons niet echt toebehoren. Als de ander zijn taak niet meer vervult of de haat te groot voor ons wordt, gaan we opnieuw op zoek naar een ander. En zo blijven we zoeken. Zoek en je zult niet vinden. Het idee dat er schaarste is, wordt, zoals ieder idee dat gedeeld wordt, op die manier telkens versterkt. En wij menen dan ook dat de wereld door schaarste blijft draaien.

Zoals opgemerkt, we menen dat iets in ons ontbreekt. En zolang we dat idee aanhangen, kunnen en zullen we niet gelukkig zijn. Het meest missen we vertrouwen. Vertrouwen dat we geschapen zijn naar het evenbeeld van de eeuwige Schepper; geschapen om eeuwig te leven. Vertrouwen dat we altijd op de juiste tijd en op de juiste plaats zijn. Vertrouwen dat alles goed is; dat alles goed is nu. Niet morgen, niet gisteren, alleen nu. Alleen nu is eeuwig. Nu is de tijd voor altijd. En wat voor altijd is, moet goed zijn. Zonder vertrouwen falen we keer op keer. Wanneer we vertrouwen hebben, dan kunnen we alle eilanders laten zien dat we een door mensenhanden gemaakte brug niet nodig hebben, maar werkelijk over het water kunnen lopen om één met hen te zijn.

Maar er is meer nodig. Ook eerlijkheid moeten we verwerven. We kunnen ons alleen veroorloven eerlijk te zijn wanneer we vertrouwen hebben, omdat door vertrouwen niets dat we denken of doen in strijd is met de werkelijkheid. Er schuilt geen uitdaging in eerlijkheid, omdat uitdaging twijfel veronderstelt. Wanneer we vertrouwen hebben, kennen we geen twijfel en geen angst.

Wanneer we eerlijk zijn, zullen we niet oordelen. Omdat oordelen oneerlijk is. Oneerlijk omdat we op een stoel gaan zitten die aan niemand van ons toebehoort. Indien je over de andere eilanders oordeelt, heb je een gebrek aan vertrouwen en misleid je jezelf. Oordelen doet eerlijkheid teniet gaan en daardoor ook vertrouwen.

En dus wanneer we vertrouwen hebben, zijn we ook eerlijk; en eerlijkheid brengt ons verdraagzaamheid.

We leven eeuwig en daarom kunnen we niemand wat aandoen, noch kan ons iets worden aangedaan. Omdat aandoen een gevolg is van oordeel, van onverdraagzaamheid; het is het gevolg van een oneerlijke gedachte. Daarom zal hij die vertrouwen heeft, niet alleen eerlijk moeten zijn, maar ook teder. Iemand iets aandoen is een teken van zwakte, tederheid daarentegen een teken van kracht.

De tederen zijn zonder vrees, zij hebben geen pijn. Tederheid leidt altijd tot vreugde. Wat zou er anders nog zijn? De tederen zijn voor eeuwig veilig en voor altijd vervuld van vreugde en geluk.

We moeten onze dromen, onze nachtmerries en onze misbaksels loslaten, omdat ze gebaseerd zijn op angst. Wanneer je vertrouwen hebt, ben je eerlijk, verdraagzaam, teder, en vreugdevol. Je hebt geen behoefte aan een verdediging. Omdat jezelf verdedigen gelijk is aan een gebrek aan vertrouwen. Wanneer verdediging achterwege wordt gelaten, zal niet gevaar naar je toekomen, maar veiligheid, en vreugde, en vrede.

Wanneer ik je een geschenk geef, geloof ik dat ik het kwijt ben, omdat ik het opgeef. Maar wanneer we werkelijk vertrouwen hebben, houden we altijd wat we weg geven. We moeten leren dat de kostprijs van geven ontvangen is. Vertrouwen maakt ons vrijgevig. We willen dan niets meer hebben dat we niet kunnen weg geven. Iets houden kan alleen maar leiden tot angst, omdat we dan bang zijn het te verliezen. Daarom moeten we ons niet toeleggen op houden. We houden dan alleen de echte geschenken: vertrouwen, eerlijkheid, verdraagzaamheid, vreugde, verdedigingsloosheid. Want alleen deze geschenken zijn echt van jou; je kan ze werkelijk delen met iedereen.

We zijn begoocheld door het verleden, en vanuit die illusie kijken we naar de toekomst. Deze magie gebruiken we om te proberen uit te vinden wat er voor ons ligt. Niet omdat we dat nu nodig hebben, maar omdat we onzeker zijn over wat komen gaat. Hebben we vertrouwen, dan zijn er geen angsten, en zoeken we niet in het verleden om de toekomst te vinden. We hebben geen twijfels over wat er komt, en dus zijn we geduldig. Geduld is het natuurlijke resultaat van vertrouwen.

We willen alles rechtzetten. Niet alleen sommige dingen, maar alles. We beseffen dat we zelfs vandaag bergen kunnen verplaatsen, omdat we ge´nvesteerd hebben in vertrouwen. We geloven dat er maar één antwoord is op al onze problemen. Geloof is vol van vertrouwen. Het is eerlijk omdat het consequent is. Het is teder omdat het niet gebaseerd is op vrees. Het is vreugdevol omdat het zeker is. Het is verdraagzaam omdat het overtuigend is.

En dus wanneer we vertrouwen hebben, dan is er ook eerlijkheid, verdraagzaamheid, tederheid, vreugde, verdedigingsloosheid, vrijgevigheid, geduld en geloof. Maar dan nog hebben we geen vrede, omdat we voor vrede ook onbevangen moeten zijn. Alleen de onbevangenen kunnen in vrede zijn, want alleen zij zien er een reden toe. De onbevangenen oordelen niet, maar vergeven. De onbevangene vergeeft de ander voor wat hem niet is aangedaan.

Alleen wanneer we ons deze kenmerken eigen maken, kunnen we echt eraan werken om de andere eilanders te bereiken en daarmee onszelf. Alleen dan kunnen we eindelijk innerlijk vredig zijn, en voor altijd geheeld zijn. De keuze is dus aan ons. Indien we werkelijk willen, zullen we anders moeten kijken. En als we niet in staat zijn anders te zien, richten we ons tot de Schepper:
U, die zich herinnert wat ik werkelijk ben, alleen U heeft de herinnering van wat ik werkelijk wil. Laat mij alles herinneren wat ik niet weet, en laat mijn stem stil zijn. Vrede is met mij en vrede is met de hele wereld. In heiligheid werden we gecreëerd en in heiligheid zullen we blijven leven. Laat ons herinneren wat onze erfenis is: liefde, zondeloosheid, volmaaktheid, kennis en eeuwige waarheid. Laat ons herboren worden. Laat ons één zijn. En met deze gedachte zeggen wij opgewekt Amen.

Curaçao, Kerstfeest 1996.


[Top of page]