Zes

Met de groep komen we in een theater. De zaal is donker en het is er koud. De gordijnen van het toneel blijven gesloten. Er gebeurt niets.

De "leidster" geeft mij een andere bril. Hij klemt erg bij mijn oren. Ik zie er niet veel door. Het beeld is helemaal troebel. Dat zeg ik ook tegen haar. Ze zegt: Iedere nieuwe bril geeft je de gelegenheid alles anders te zien.

We lopen door een smalle donkere gang naar buiten. Daar is het erg licht. Ik zie ontzettend helder en scherp.


[Top of page]