Vijf

Zoals iedere ochtend is het grote stadsplein reeds helemaal vol. Het is al warm. Er is veel lawaai: schreeuwende kooplui, blèrende kinderen, loeiende koeien. Ik leg de weinige spullen die ik nodig heb, klaar. De jute zakken daar, de driepoot wat verderop en naast mij de touwen. Dan wacht ik rustig op wat komen gaat.

Aan het sterker wordende rumoer bij één van de poorten merk ik, dat de eerste wordt gebracht. Zijn handen zijn op zijn rug geboeid. Ik spreid een jute zak uit, waarop hij neerknielt. Iedereen weet wat de procedure is. Ik bind zijn handen aan zijn voeten. Uit de stapel jute zakken zoek ik een kleine. Ik kijk hem in de ogen. Hij is bang. Ik plaats de jute zak over zijn hoofd. Aan de ogen weet ik: sommigen hebben opgegeven, anderen hebben zich overgegeven, de meesten hebben in het geheel niet gegeven; dan is het moeilijk.

Op het balkon van het gerechtsgebouw verschijnen de rechters. De zon is te fel om ze goed te kunnen onderscheiden. Eén van hen begint met monotone stem af te kondigen wat we allemaal al weten. Niemand schenkt er veel aandacht aan. Toch zegt één van de bewakers dat de veroordeeelde moet kunnen horen wat hij heeft aangedaan. En wat wij hem nu zullen aandoen. Alsof dat veel uitmaakt.

Ik ben blij dat mijn vader mij geleerd heeft hoe alles te doen. Hij zei altijd, dat het een beroep is net zoals alle andere. Ik zou best wat anders willen doen, maar met mijn specifieke kennis en ervaring is er geen enkele kans dat iemand me aanneemt.

Het is tijd. Dit is het moment waarop ik nog de enige ben in zijn leven. En hij in het mijne. Behendig knoop ik het dikke touw om zijn nek. Ik geef er een flinke ruk aan. Meestal blijven ze dan nog even zitten, maar spoedig vallen ze voorover op hun hoofd. De rug wordt dan nog eenmaal krampachtig gestrekt, maar buigt spoedig helemaal door. Het ziet er gruwelijk uit. Dat was vroeger, met al die pijnigingen vooraf, veel erger, bedenk ik mij vaak. Wanneer hij op zijn zij valt, komt de dokter van het gerecht om vast te stellen dat hij dood is. Hij heeft niet veel anders te doen.

Als mijn tranen zijn gedroogd, kijk ik vanonder mijn kap het plein rond. Er zijn weinig belangstellenden. Het leven gaat hier gewoon z'n gang.

Daar komt de volgende al aan.


[Top of page]