Drie

Men komt mij halen. Ik word door een lange gang gedragen. Aan het einde daarvan is een dubbel openslaande deur. Daarachter ligt een grote zaal. In het midden staan figuren in lange blauwe gewaden in een grote kring. In het midden van de cirkel bevindt zich een helder wit licht. Men draagt mij tot in het midden van de cirkel. Daar word ik "neergelegd". Ik blijf zweven. De figuren rondom mij bekijken mij aandachtig. Zij schrapen met voorwerpen over mijn huid. Beginnend bij de voeten wordt mijn lichaam beschilderd. Als de tekeningen klaar zijn, bevind ik me in een open bos. In de verte zie ik bergen. In het dal stroomt een rivier.

Daar ga ik heen. Ik durf niet het water in te gaan en blijf een hele tijd aan de waterkant staan. Ik moet naar de overkant. Waarom is mij niet duidelijk. Ik ben bang dat de tekeningen door het water zullen wegwassen. Achter mij begint het bos langzaam op te lossen. Daardoor word ik gedwongen het water in te stappen. Het water doet pijn en ik begin te huilen. Uiteindelijk kom ik aan de overkant. Daar staat een groep mij op te wachten. Men is erg blij dat de tekeningen niet afgewassen zijn. Ze wisten het, denk ik. Met de groep komen we bij een gebouw. Ik word naar een kamer gebracht. Daar blijf ik wachten, todat het mijn beurt is. Als het zover is, komt men mij halen...

[Top of page]