Twee

Voor mij ligt een lange, rechte weg. Het heeft geregend en er liggen grote plassen, vooral aan de zijkant van de weg. Met mijn motorhome rijden we hard, want ik wil ergens heen. De weg is smal en het is daardoor lastig als een tegenligger passeert. Toch blijf ik snelheid houden.

We staan op een kampeerterrein. Waar onze motorhome staat, is het erg vol. Een grote blauwe tent hebben we vastgemaakt aan de voorkant. Ik loop aan de buitenkant van de tenten. Je kunt er nergens doorheen. Een man komt op mij af en vraagt hoe hij binnen de cirkel kan komen. Hij wil door de blauwe tent. Ik zeg hem dat dat niet kan. Ik wijs hem de weg. Hij bedankt mij.

Dan houdt een jongen met zwart haar mijn hand vast. Hij wil dat ik hem binnen de cirkel breng. Samen lopen we langs de auto's en tenten. Ik breng hem tot in de cirkel.

Temidden van de cirkel is een open ruimte. Daar staat een hele groep naakte mensen dicht op elkaar. Ze houden een groot plateau boven hun hoofd. Dat is hun taak. Als er een wat moe is, rust hij uit en neemt een ander zijn plaats in. Ze vinden hun taak erg fijn. Op het plateau zijn weer andere mensen, die op hun beurt een kleiner plateau om hoog houden. En daarop weer een andere. Zo staan er wel een vier of vijf lagen op elkaar. Je kunt er binnen lopen, tussen de mensen door. Middenin is een grote trap, die naar boven leidt.

Binnen is een zaal. Er wordt een film vertoond. Een aantal mensen kijkt toe. Aan de rand van het podium staan schermen met toetsenborden. Een paar mensen (?) toetst instructies in die bepalen wat er op het filmscherm gebeurt.

Ik loop langs een weg. Ernaast ligt een kanaal. Voor mij staat een groep mensen. Ze zijn opgewonden. Dan roept iemand, dat de man die hard wegloopt, tegen gehouden moet worden. Ik richt mijn revolver, richt met trillende handen en schiet hem in zijn been. Aan de andere kant van de brug over het kanaal valt hij neer. Ik "verplaats" mij over het water naar hem toe om te zien of hij er erg aan toe is. Ik voel me niet erg op mijn gemak. Ik breng hem bij de dokter. We halen zijn zakken leeg. Er komt wat klein geld tevoorschijn, een verfrommeld briefje en nog wat kleine dingen. De dokter zegt dat hij er toch niet veel mee opschiet om te vluchten. De gewonde man knikt.

We kijken op een kaart. Er is een groot water, met een aantal wegen. Ik ga naar de plaats aan de rand van het water.

Op de eerste verdieping van het huis moet ik wachten. Beneden in de straat is het druk. Er zijn veel mensen. De verlichting is vrolijk en muziek klinkt op. Het is een plezierige tijd. Gespannen let ik op de winkel schuin aan de overkant. Hij moet nu toch wel naar buiten komen. Dan zie ik in de spiegeling van de ruit dat hij naar buiten loopt. Hij is in het wit gekleed.

Twee mannen in een uniform grijpen hem. Ze brengen hem naar het plein. In het midden van het plein staan de plateaus. De gepakte man en vrouw worden geboeid en aan elkaar vastgemaakt met een apparaat waarop twee lampjes knipperen. De "agenten" controleren het goed. Ze zien er vreemd uit. Ik sta aan de zijkant van het plein op een muurtje en kijk toe. Naast mij staat een vrouw die ik nog moet interviewen. Veel mensen dringen om haar heen. Ze heeft een klein apparaat om haar nek hangen. Ik plak mijn mini-microfoon aan het apparaat. Anderen plakken hun microfoons op haar hoofd. Ik stel haar vragen. Ze raakt ge´rriteerd maar gaat toch door. Voor ons op de grond gaat een man met een zwarte baard in het stof liggen. De vrouw naast mij vindt dat niet fijn en ze zegt hem weg te gaan.

Donti vindt het een leuke les. Ashar en Biam kunnen het nog niet zo goed. We "praten" erover in onze unit. De kleuren zijn wit en lichtgeel. Vooral de vloer is mooi wit. Ik leg weer uit wat ze moeten leren. "Overdenken" is niet zo moeilijk, maar je moet je goed concentreren. Vandaag moeten ze "overdenken" naar de andere kant van het gebied waar we zijn. Donti lukt het goed. Naast mij zit "hij" te glunderen. Samen wachten we op Ashar en Biam. Ze "denken" maar half "over". Ik zeg tegen ze dat ze verward zijn, want voor de helft zijn ze achter gebleven. Ik leg hun uit dat ze nu twee plaatsen zien. Ik "denk" de rest van hun "over" en met z'n vieren bespreken we de les.

Mijn taak is het een serie kaarten te maken net zoals de eerste. Op de kaarten moeten foto's komen van getallen. De eerste serie van 1 tot 30 was een succes. Iedereen vond nummer 17 erg mooi, waarop een soort gekromde staf was te zien. Ik was het er niet zo mee eens.

Ik loop langs een kade. In het water ligt een groot schip; het anker is uit. Dan zie ik een diepte markering op de zijkant van het schip. Vooral nummer 59 is mooi. Ik maak er een foto van. Als de 365 foto's klaar zijn, wacht er nog een opdracht. Die is niet makkelijk te voltooien. Bij de getallen moet een tweede foto komen, waarop precies zoveel voorwerpen staan als het getal aangeeft. Nummer 169 zoek ik nu. Er is een combinatie van 1 en 6. Ik kijk nu of er ook iets van 9 te zien is. Links van de weg ligt een witte vierkante "doos". Er naast een rode plaat. Ik noteer wat ik zie. Er is geen combinatie.

Met de motorhome rijden we weer naar huis. We gaan hard en er komt een scherpe bocht. Op straat ligt een jongen naast zijn "fiets". We rijden er langs en de auto gaat bijna om. Ons huis ligt in een boomrijke omgeving, hoog naast de weg. We rijden de oprit op en ik parkeer achter op het terrein. We gaan naar binnen.


[Top of page]