Aangepast Groot Dictee der Nederlandse Taal 2000

De Brief

Legt de hand-geschreven brief ter zijner tijd het lootje! Die vraag reist heden ten dagen bij vele te midden van de rijk geschakeerde kollektie goed bedoelde kerst kaarten voor zo ver zij altans persoonlijke pennevruchten aprecieren.

De email kultuur heeft op kousevoeten een styllistiese revollutie teweeg gebracht, in bij-de-tijdse kattenbelletjes word uitentreure ge-jijd en ge-jouwd terwijl cediles en igrecs er in de brei van gedachtenspindsels al gouw aller belabbertst vanaf komen.

Aller wege word je vóór gehouden, dat het elektronika-tijdperk de komunikatie drift rigoreus heeft aangewakkert, daar over prakiserend wordt je door wijfelingen overvallen: word dank zij het apestaartje niet met veel tam-tam gecomuniceert over te veel apenkool?

Wat zullen we uitwijdden over dat adelijke oma'tje dat opstond uit haar crapeautje om gezeten aan een ovalen tafel kontakt te leggen met haar geprivelegeerde klein-dochter verweg over-zee. Haar familliale oog-getuige verslag zat boorde vol Tante Betjes en cliche's maar niemant bracht haar van haar appropos.

Bij Zeventiende Eeuwse genre-schilders was de briefsschrijfster een gelieft thema, in sfeer vol clair obscure plachtten zij een grazieus gekleedde vrouw af te beelden, die de ganzeveer in een porcelijne inkpotje doopten om als een sibille de sylabes sierlijk te kaliegraferen.

Vroeger bracht een postillion paketjes met rood gekleurde lak gedichtte litaniën in een onverbiddellijke cadanz op ver afgelegen lokaties; later verbeiden dorpelingen rijkhalzend de lokale postbode die er niet tegenop zag in weer-en-wind de lang verwachtte schrijf produkten, als waren hij een meçenas, in geemaillieerde brievebussen neer te vleien.

Tegenwoordig moeten wij wel eens griniken om een electronische liefdesbrief; wie wil nu per email vlijerig worden aan gesproken met "mijn koala'tje" of worden getracteerd op Freudiaanse minnen liriek over Sint Janskruit en karweizaad of andere zottenklap om in het gevlei te komen?

Een hartekreet ten slotte na wat zoëven ter berde is gebracht: de brief de wonderzalf van het leven, gaat verloren als noch slechts halstarrig word geëmailt; blaast de schalmijen, sla de symbalen en wek op tot een "come-back" van het épistollaire métier!

De correcte versie is te vinden op: Groot Dictee der Nederlandse Taal