Jan Karel, geb. Oosterbeek 5.12.1849, ov. aldaar 4.11.1932, zn. van Roelof Karel en Derkje Sanders, werd na het overlijden van zijn vader als enig kind door zijn moeder opgevoed. Zij zorgt voor een goede opleiding van haar zoon, die als externe leerling school gaat op een kostschool met internaat voor "jonge heren" te Oosterbeek, waar vele prominente jongelui studeren.
Als in 1867 een jongelingsvereniging in Oosterbeek het licht ziet, is Jan Karel een van de oprichters, naast o.m. een Gerritsen, wiens nageslacht later de kunsthandel Gerritsen drijft. Deze vereniging houdt haar vergaderingen in het wijkgebouwtje "Bethanië" geheten, aan de Benedendorpsweg, niet ver van de kerk. Jan Karel zal heel zijn leven verbonden blijven met deze vereniging en bij zijn begrafenis dekt de vlag zijn baar.
Jan Karel trouwt Oosterbeek 17.8.1873 Geertruida Lambertina Janssen, geb. ald. 1.12.1853, ov. ald. 19.5.1905, dr. van Martinus Janssen en Geertruida Lambertina van Aartrijk (Aardrijk).
Voordat we verder gaan met de familie Karel-Janssen maken we eerst een vrij omvangrijk overzicht van de vrouwelijke lijn, derhalve van de familie Janssen, met al haar bijzonderheden.
De familie Janssen vangt in dit overzicht aan met het huwelijk van Berend Janssen en Everdina Hendriks. Hun kinderen zijn in Velp geboren, maar hun huwelijk is daar niet gevonden. Deze kinderen zijn:
Geurt Hendrik tr. Velp 9 Lentemaand 1811 met Dirkje Hogestrijt, geb. Esch 1e halfjaar 1792, ov. Velp 23.9.1854. Dirkje was de jongste dochter van Martinus Hogestrijt en Margaretha Joosten. Martinus was geboortig van Den Haag uit het huwelijk van Martinus Hogestrijt en Louisa Modet (of Mondert), die aldaar ondertrouwd waren op 6.5.1742. Louisa, ged. Den Haag Grote Kerk 6.10.1716, was de dochter van Louis en Jacoba Boutens.
Martinus, ged. Den Haag Nieuwe Kerk 31.10.1745, ging in dienst en kwam in Retranchement terecht, van waar hij in ca. 1782 terug keerde. Hij ondertrouwde/trouwde te Den Haag 13.4./ 6.5.1783 in de Nieuwe Kerk met Margaretha Joosten, geboortig Roozendaal (Gelderland). Haar geboorte- c.q. doopdatum is (nog) niet gevonden. Na het huwelijk vestigt het echtpaar Hogestrijt-Joosten zich in Esch en de attestaties resp. uit Retranchement en Den Haag worden in Boxtel in het lidmatenboek ingeschreven op 10.5.1783 en 16.4.1783.
Martinus vervult in Esch de gecombineerde functie van schoolmeester, koster en doodgraver.
In Esch worden hun kinderen geboren:
Martinus sterft spoedig en wordt Boxtel 11.2.1796 begraven als "in leve schoolmeester te Esch". Hij tekent in de boeken gewoonlijk als Martinus Hogerstreijt. Na de dood van Martinus gaat Margaretha Joosten met haar kinderen naar Gelderland terug en wordt te Boxtel met attestatie op 2.10.1796 uitgeschreven. Overleden/begraven Velp 10./15.5.1804.
Van het echtpaar Geurt Hendrik Janssen en Dirkjen Wilhelmina Hogestrijt is weinig bekend. Geurt wordt bij zijn overlijden daghuurder genoemd. Er is tot nu toe slechts de doop van één kind gevonden, n.l.: Martinus, geb./ged. Velp 23.11./8.12.1811, ov. Oosterbeek 31.5. 1881. Hij wordt tuinman en oefent dit beroep een tijd in De Bilt uit.
In de 19e eeuw ontstaat tussen Utrecht en Arnhem een groot aantal buitenverblijven, waar rijke kooplieden, bankiers, etc., uit Amsterdam en elders zich vestigen dan wel 's zomers verblijf houden. Een buiten van enige omvang vergt eigen personeel, van wie de tuinman als de belangrijkste kan worden aangemerkt. Hij beheert het landgoed, zorgt voor de tuin, de moestuin en het huis zelf. Het beroep van tuinman wordt een vertrouwensfunctie op elk buiten. Martinus Janssen komt in 1837 uit De Bilt naar Oosterbeek en wordt daar kerkelijk op 1.12.1837 ingeschreven. Op 29.7.1839 vindt in het lidmatenboek van Oosterbeek de inschrijving plaats van Anna Elisabeth van Aardrijk (of Aartrijk), afkomstig uit Utrecht.
Martinus Janssen tr. Oosterbeek 24.8.1839 Anna Elisabeth van Aardrijk, geb. Tricht 14.12.1815, ov. Oosterbeek 14.5.1845.
We zullen ons nu nader begeven in de genealogie van het geslacht Van Aardrijk en verwante families.
Binnen de familie Van Aardrijk is een genealogisch onderzoek verricht, waaruit blijkt dat in de 16e eeuw een Van Aartrijk uit het dorp Aartrijk ten zuiden van Brugge om geloofsredenen moet vluchten. De familie komt via. St. Truiden in Leiden terecht waar een lid ca. 1600 woonachtig is. Zijn afstammelingen gaan in militaire dienst en komen als soldaat, sergeant, voor in garnizoenen van Schoonhoven, Gorkum en Geertruidenberg. Ook komt de naam in de 18e eeuw in Schagen voor.
We beginnen met Jan Heijndricxz. van Aartrijk, geb. te St. Truyen, wonend in Leiden achter de Vrouwenkerk, ond. ald. (1) 11.10.1656, geassisteerd met Lieven Jans, zijn oom, Gijsjen Wessels, j.d. geb. uit Schutdorp, wonend te Leiden, Delftse Vliet, geassisteerd met Marijtgen Wessels, haar zuster. Ond. (2) Leiden 18.4.1670, won. Cleijstraat, Catharijne Dircxs, wed. Claes Donck, wonend te Rotterdam.
Uit het huwelijk wordt geboren: Hendrik van Aartrijk, ged. Leiden Marekerk 21.9.1659, getuige Sijtje Jans, ov. ald. en begraven in de Hooglandse Kerk in de week van 14./21.4.1696. Hij trouwt, wonend Herengracht, kalanderknecht, geassisteerd met zijn neef Hendrik van Aertrijck, ond. (1) Leiden 11.10.1679 Annetje in de Camp, j.d. geb. Leiden, dr. van Teunis, wonend in de Camp; geassisteerd met haar moeder Annetje Jacobs, ond. (2) Leiden 21.8.1688 Marijtje Jans van der Linden, wed. van Leendert Willems Hengelenburgh, wonend te Leiderdorp. Ond. (3) Leiden 22.2.1692 Marijtje van Leuwen, wed. van Jacobus van de Burgh.
Uit het eerste huwelijk spruiten:
Hendrik van Aertrijk, ged. 1715, tr. Wilhelmina van Leeuwen, die uit Den Haag in Gorkum als lidmaat tussen 28.9 en 21.12.1736 wordt ingeschreven, wonend Arckelstraat. Het huwelijk is in Gorkum niet gevonden. Uit dit echtpaar worden de volgende kinderen geboren:
Hendrik is tussen 1738 en 1745 nog een tijd in het garnizoen van Schoonhoven geweest. Waar de ouders gebleven zijn en overleden zijn, is ons onbekend.
Op 13.8.1749 verleent de diaconie van Gorkum akte van indemniteit aan "Hendrik van Aartrijk en deszelfs drie kinderen", om te vertrekken naar De Nieuwe Tonge. Zo'n akte betekende dat de diaconie van Gorkum beloofde in geval van armoede te alimenteren. In De Nieuwe Tonge zijn geen geboorten of overlijdens gemeld. Terug in Gorkum wordt de familie in december 1755 gealimenteerd.
Johannes ond./tr. Gorkum 23.4./8.5.1768 Elizabeth Kams, j.d. ged. te Eethen 22.9.1743, dr. van Gerrit en Anneke Teurenhout.
Hendrik tr. (1) Deil 20.5.1771 Eijda van Zetten (Zitten of Setten), ged. Enspijk 7.10.1736, dr. van Lammert van Setten en Martha van Beusichem.
Angenees (of Agneta) tr. Schoonhoven 19.5.1777 Jan van Meerten, afkomstig uit Leiden.
Van het echtpaar Van Aartrijk-Van Zetten kennen we twee kinderen:
Nadat Eijda is overleden, hertrouwt Hendrik van Aartrijk met (2) Elisabeth Bosman.
Lambert van Aartrijk, koopman, geb. en won. te Deil, ond./tr. (1) Tricht 28.3./20.4.1806 Anna Elisabeth Burger, j.d. geb./ged. Ballum 24.10./14.11.1781, ov. Tricht 22.6.1818, dr. van ds. Johann Wilhelm Bernhard Burger, pred. te Tricht, en Maijke van de Schaaf. Tr. (2) Tricht 6.8.1820 Hermijntje Steegman, ged. Utrecht Jacobikerk 26.9.1779, ov. ald. 16.8.1847, dr. van Jan Steegman en Johanna Scholten. Na 1820 verhuist de familie naar Utrecht, alwaar Lammert van Aartrijk op 20.11. 1848 is gestorven. In Utrecht wordt Lammert eerst arbeider genoemd en later zonder beroep.
Alvorens verder op de familie Van Aartrijk-Burger in te gaan, wijden we uit over het geslacht Burger, te meer omdat er in de familie Karel een verhaal de ronde deed, dat wij van een Duitse predikantenfamilie zouden afstammen.
We beginnen met:
Na zijn theologische studie had Wilhelm niet direct een predikanten plaats en werd te Kusel van 1741 tot 1746 Präzept (leraar latijn). In die tijd is hij gehuwd met (1) Anna Elisabeth Stückrad uit Kaiserslautern, dr. van Sebastian Bernhard en Anna Elisabetha N.N. Waar en waneer het huwelijk heeft plaats gevonden, is niet bekend, maar zeker niet in Kaiserslautern.
In 1746 wordt Bürger predikant te Hinterweidenthal en vanaf 1751 tot 1795 in Breitenbach.
Na het overlijden van Anna Elisabeth Stückrad hertrouwt Wilhelm Bürger met (2) Maria Amalia N.N., ov. Breitenbach 28.12.1786.
Kinderen uit het eerste huwelijk:
Als ds. Wilhelm Bürger in 1795 overlijdt, laat hij vier zonen en een dochter na. De onbekende tweede zou derhalve een dochter moeten zijn die in Kusel geboren zou zijn.
Jan Willem Bürger gaat naar ons land en begint de theologische studie aan de universiteit te Franeker. In het lidmatenregister vindt men zijn inschrijving per 27.9.1767. Na zijn studie wordt hij in de classis van Franeker proponent op 7.10.1771 en enige maanden later verkrijgt hij een plaats als predikant op het eiland Ameland op collectie van de Prins van Oranje, eigenaar van het eiland, gevolgd door een beroep van de gemeente. Bevestiging vindt plaats op 20.2.1772.
Kort daarna ond./tr. hij Franeker 23.2./8.3.1772 Maijke van der Schaaf, j.d. van Franeker, ged. ald. 31.3.1747, oudste dochter van Jacob Douwes, mr. timmerman, en Antje Fransen (gehuwd voor het gerecht ald. 8.5.1745).
De acht kinderen noemden zich later Van der Schaaf.
Te Ballum worden de volgende kinderen gedoopt:
Op collectie van de Prins van Oranje en beroep door de gemeente Tricht wordt Jan Willem Burger op 11.6.1786 door zijn broer Friedrich David bevestigd.
Friedrich David studeert eveneens in Franeker, wordt proponent in de classis Rhenen en Wijk op 16.6.1778, beroepen op collectie van de Prins en op beroep van de gemeente Buren. Hij wordt bevestigd door ds. J. Wolterbeek van Utrecht op 18.11.1781. Hij overleed in Buren op 7.5.1815.
Jan Willem blijft predikant te Tricht en is daar op 8.5.1832 overleden.
Keren we terug naar de familie Van Aartrijk-Burger.
Het echtpaar Van Aartrijk-Burger krijgt de volgende kinderen, geboren en gedoopt te Tricht:
Eijda Maaika Frederica tr. Utrecht 26.10.1836 met Weijnand Walsink, terwijl Hendrica Wilhelmina ald. tr. 9.5.1837 Antoni Wijlmans.
Waarschijnlijk heeft Anna Elisabeth, Martinus Janssen in De Bilt leren kennen.
Martinus Janssen, geb. Velp 8.12.1811, ov. Oosterbeek 31.5.1881, tr. (1) Oosterbeek 24.8.1839 Anna Elisabeth van Aartrijk, geb. Tricht 14.2.1815, ov. Oosterbeek 14.5.1845. Tr. (2) Oosterbeek 18.4.1846 Geertruida Lambertina van Aartrijk, geb. Tricht 18.6. 1816, ov. Oosterbeek 7.6.1890. Kinderen te Oosterbeek geboren: Uit het eerste huwelijk:
Na deze omzwervingen zijn we terug bij het echtpaar Karel-Janssen.
Jan Karel is winkelier, heeft een kruidenierswinkel in de Weverstraat, boven in de onderste helft van de straat. De winkel is er nu nog.
Ongeveer 1905-1907 is hij failliet gegaan, want hij was in genen dele zakenman. Hij is toen verhuisd, een vijftig meter lager aan de zelfde kant van de straat, het tweede huis, dat, verbouwd, nog aanwezig is.
Zijn vrouw wordt ziekelijk en dochter Hendrika Wilhelmina doet tussen 1896 en 1914 het huishouden. Van 1915 tot 1932 woont hij bij zijn zoon Roelof in, die eerst in de Weverstraat en in de twintiger jaren aan de Molenweg woont.
Hij heeft, vóór 1905, deel uitgemaakt van de kerkeraad. Hij gaat niet mee met de doleantie, in tegenstelling met zijn zwager Berghage, waardoor in de familie verwijdering is ontstaan.
© 2001-2005 Hugo J.K. de Vries, All Rights Reserved