De Derde Generatie

3. Antoni Kaal

Antoni Kaal, geb. 5.9.1790, ged. 12.9.1790, zn. van Hendrick Kaal en Geertruid Vermeulen, tr. (1) Oosterbeek 8.5.1813 Neeltje Epping, geb. Renkum 26.5.1789, dochter van Peter en Elisabeth Schut. Peter Epping (of Ebbink) was papiermaker.

Peter Eppink kocht op 2.6.1781 de molen bij de herberg De Bock ten zuiden van de Dorpsstraat, behorende tot de Keyenberg, van Baron van Schwartzenberg voor 525 gld. Het echtpaar Eppink-Schut kreeg recht op water en grond van de oudste molen op 12.5.1791. De molen achter De Bock was in 1808 niet meer voor papiermaken in bedrijf en de familie Eppink verkocht op 13.8.1819 het bedrijf aan Abraham Pannekoek. Tot ca. 1853 heeft de molen nog gefunctioneerd[1].

Later trouwt Antoni (2) Lubberdina Ebbing, geb. Renkum 1793, ov. te Doorwerth 8.3.1850, dr. van Peter Ebbing en Elisabeth Schut.

Uit deze huwelijken blijkt dat Antoni, die afkomstig is uit een familie van papiermakersknechts, de dochter van een papiermaker tot echtgenote neemt.

3. Cornelis Kaal

Cornelis Kaal, geb./ged. Renkum 23./24.9.1797, zn. van Jan Kaal en Betje Jansen, tr. (1) Doorwerth 7.9.1822 Catharina Karman, geb. Oosterbeek 1.11.1801, ov. Heelsum 5.10.1825, dr. van Willem, papiermakersknecht, en Willemina Berendsen. Uit dit huwelijk is één kind geboren: Jan, geb. Heelsum 1824, ov. Heelsum 22.4.1825.

De aangifte van overlijden van Catharina is geschied door haar man Cornelis en Cornelis Schut, papierfabrikant. Blijkbaar heeft Cornelis bij de firma Schut gewerkt.

Cornelis hertrouwt (2) Doorwerth 10.2.1827 Gerritje van Bruksvoort, geb./ged. Bennekom 3./10.1.1801, dr. van Geurt Brandtz., landbouwer, en Anna Alterkamp. Uit dit huwelijk kennen wij enkele kinderen, maar het is mogelijk dat er tussen 1831 en 1842 nog enige kinderen elders zijn geboren:

  1. Jan, geb. 1828, tr. Renkum 1.5.1858 Maria Catharina Engelen, geb. 1827, dr. van wijlen Dirk en Elisabeth van Dodeweerd, wonend te Bennekom.
  2. Geurtje, geb. 1830, ov. ongehuwd 18.11.1853.
  3. Cornelis, geb. 1831, ov. Renkum 24.12.1857, tr. Christina van Hal.
  4. Gerritje, geb. 1842, ov. Doorwerth 9.6.1842. Hier wordt de moeder Gerritje van Broekschooten genoemd, evenals bij het volgende kind.
  5. Gerritje, geb. 1844, ov. Doorwerth 14.11.1856.

4. Reinder Kaal

Reinder Kaal, geb./ged. Renkum 5./13.7.1800, ov. Doorwerth 31.5.1862, zn. van Jan Kaal en Betje Jansen, papiermakersknecht, tr. Doorwerth 6.1.1838 Johanna Jansen, geb. Oosterbeek, dr. van Aletta Jansen, arbeidster, uit Oppenhemert.

Bij de overlijdensaangifte van Reinder door zijn broer Cornelis, verklaart de laatste de naam van de echtgenote van Reinder niet te kennen.

6. Teunis Kaal

Teunis Kaal, geb. Heelsum-Doorwerth 23.11.1804, ov. Oosterbeek 28.6.1874. zn. van Jan Kaal en Betje Jansen, tr. (plaats en datum onbekend) Cornelia Gerenstein. De naam Gerenstein kwam in die tijd voor in de richting Barneveld en in het Utrechtse[2]. Enkele kinderen uit dit huwelijk zijn bekend:

  1. Cornelia, geb. 1833, tr. Renkum 1.5.1858 Hannes Willem Gerritsen.
  2. Jan, geb. 1835, ov. Renkum 9.4.1839.
  3. Jacob, geb. 1837, ov. Renkum 4.8.1839.

7. Roelof Karel

Roelof Karel, geb. Heelsum 9.1.1807, ov. Oosterbeek 28.6. 1856, zn. van Jan Kaal en Betje Jansen, tr. Brummen 9.3.1844, Derkje Sanders, geb. Leenen 13.10.1814, ov. Oosterbeek 23.3.1872.

Familie Sanders

Over de familie Sanders zijn enige gegevens verzameld, die hierna zijn samengevat. We beginnen met het volgende gegeven. "Den vijfden april 1782 zijn ingeschreven Dirk Sanders, jongeman, zoon van Sander Derks en Hendrikje Jacobs wonende te Eerbeek onder Hall en Hendrika Willems, jonge dogter van weilen Willem Gembrink en Willemken Rabelinks onder Wilp. Deze zijn na hunne drie sondagen proclamatien zo hier als te Hall gehadt te hebben, den 28 dito te Haal in den egt ingezegent". Kinderen uit dit huwelijk (eerdere kinderen nog niet gevonden):
  1. Hendrik, geb. Eerbeek 23.1.1788.
  2. Janna, geb. Eerbeek 10.7.1790, ov. Eerbeek/Brummen 5.10.1855.
  3. Sander, geb. Eerbeek 9.6.1792.

Janna krijgt drie kinderen, als ongehuwd moeder. Mogelijk heeft zij samengeleefd met een militair uit Deventer, die geen toestemming voor een huwelijk van zijn commandant heeft gekregen. Op latere leeftijd trouwt Janna te Brummen 5.12. 1835 Hendrik Jan Eeninkwinkel, geb. Hall 14.4.1806, zn. van Derk Jan Eeninkwinkel en Hermina Christiaans, winkelier te Brummen. De drie kinderen van Janna zijn:

  1. Derkje, reeds genoemd.
  2. Karel Aader, geb. Deventer 20.4.1818. Deze vertrekt in 1857 naar Rheden.
  3. Hendrika, geb. Brummen 26.7.1824, ov. ald. 30.3.1869, tr. ald. 25.4.1856 met Berend Slijkhuis, geb. ald. 29.8.1822. De nakomelingen zijn een wasserij begonnen onder de naam firma Slijkhuis te Eerbeek[3].

Aan de geboorte-akte van Derkje Sanders is de navolgende passage ontleend: "Op 14.10.1814 is verschenen Hendrik Sanders, 27 jaar, papiermaker, en meldt dat Janna Sanders is bevallen van een dochter. Geeft het kind de naam Derkje en als toenaam Sanders". Janna was toen dienstmeid te Zutphen, nog zich ophoudende in het huis van haar vader te Eerbeek, no. 11.

Als Roelof Karel en Derkje Sanders in 1844 te Brummen in het huwe lijk treden, zijn de getuigen:

Tot dan heeft Roelof Karel het beroep van papiermakersknecht uitgeoefend, maar hij begint in Oosterbeek aan de Weverstraat een kruidenierswinkel. Kinderen uit zijn huwelijk zijn:
  1. Jan, geb. Oosterbeek 2.4.1847, ov. ald. 4.1.1848.
  2. Jan, geb. Oosterbeek 5.12.1849, ov. ald. 4.11.1932.
  3. Johanna Frederika, geb. Oosterbeek 6.3.1851, ov. jong (plaats en datum nog niet gevonden).
  4. Johanna Elisabeth, geb. Oosterbeek 11.7.1855, ov. ald. 18.1.1856.

Opmerking

Oosterbeek was tot ongeveer 1850 het armste gedeelte van de gemeente. Nadien kwamen er meer mensen wonen vanwege het natuurschoon en vanwege de buitens die door rijke kooplieden uit West-Nederland in die tijd werden gebouwd. Ook schilders hebben in Oosterbeek hun verblijf gehad (Bilders). Ze waren verwant aan de Haagse School.

Noten
[1]  Uit Demoed, pag 208.
[2]  Ten zuiden van Leusden heeft een landgoed Gerenstein bestaan.
[3]  Mijn vader had in de dertiger jaren een correspondentschap van Slijkhuis voor fijne herenwas (overhemden, boorden). Hij haalde die 's maandags op en bracht de schone was 's zaterdags rond in het dorp per fiets met mand. Opa Jan Karel liep in zijn jongere jaren wel naar Eerbeek om de familie Slijkhuis op te zoeken.