DEEL 2: DE FRIESE JOHA'S

4. De latere generaties van de Friese Joha's

We zijn nu genaderd tot de historie van de derde Friese generatie, dat betekent tot het verhaal over de kinderen Maria Thomas en Antonius, geboren uit het echtpaar Thomas Philippus Joha en Maria Louisa de Romar. Het derde kind, Antonia, was, zoals reeds is vermeld, op negenjarige leeftijd in 1787 overleden.

1. Maria Thomas

Maria Thomas, ged. Wijnaldum 13.9.1774, ov. Lichtaard 22.8. 1837, tr. Reijsum 7.10.1798 Pyter Aukes, wonend in Reijsum, geb. en. ged. Holwerd 20.1 en 14.2.1773, ov. Lichtaard 24.5.1859, zn. van Auke Harkens en Sjoukje Pieters[1].

Bij de invoering van de burgerlijke stand in 1812 neemt Pieter Aukes de naam van zijn vrouw Joha aan. Van beroep landbouwer heeft hij diverse functies bekleed zoals ontvanger en diaken in Reijsum (1806), grietman in Lichtaard in 1812. Ook wordt hij als loco-maire aangeduid[2].

Hoe de familie van Reijsum op de boerderij Lichtaard 9 is gekomen, weten we tot nu toe niet, maar deze behuizing zal gedurende enige tientallen van jaren in de familie blijven. Uit het huwelijk van Pieter Aukes en zijn echtgenote worden geboren:

  1. Maria Louise, ged. Reitsum 6.4.1800, ov. Vrouwenparochie 24.3.1875, tr. Ferwerd, de toenmalige woonplaats van haar moeder, 23.9.1819 Johannes Rienks van der Leij, grossier, ged. Vrouwenparochie 26.1.1810, ov. ald. 23.9.1856, zn. van Rienk van der Leij, chirurgijn, en Hiltje Daams uit Ferwerd.
  2. Sjoukje, ged. Reitsum 17.4.1802, ov. ongehuwd Lichtaard 23.9.1842.
  3. Thomas Pieters, ged. Reitsum 14.12.1806[3], ov. Makkum 25.4.1847.
  4. Antonius, ged. 11.9.1808, ov. ald. (op nr 5) 27.2.1827.
  5. Aukje, geb. Lichtaard 26.8.1812, ov. ?, tr. Ferwerd 23.5.1850 Meindert Jans de Jong, geb. Driesum, ov. Raard ?.6.1883, zn. van Jan Pieters de Jong en Lyske Pieters uit Driesum. Meindert was koemelker, hetgeen aanduidt dat hij een kleine veehouderij had.
  6. Johanna Sophia, geb. Lichtaard 5.5.1814, ov. ald. 20.3.1841.
  7. Jan, geb. en ov. Lichtaard 9.4.1817.

Thomas Pieters Joha

We vervolgen de geschiedenis van deze familie met het derde kind, Thomas Pieters, de vierde generatie van de Friese Joha's.

Thomas Pieters is in Reitsum geboren en al jong naar Lichtaard verhuisd. Volwassen geworden wordt hij van beroep rijksschatter van vee, een functie nodig bij de waardebepaling na bijv. een ongeluk van een beest, met het oog op uitkeringen van de verzekering. Thomas heeft zijn functie in St. Jacobiparochie en later in Makkum uitgeoefend. Van hem zijn verhalen bekend, dat hij eens op de markt een sigaar aanstak met behulp van een bankbiljet.

Thomas Pieters trouwt Ferwerd 1.5.1834 Wopkje Jans Tolsma Snethlage, geb. Augustinusga 17.1.1808, ov. Marssum 10.4.1885. Zij was de dochter van ds. Jan Willem Snethlage, ged. Leeuwarden 7.10.1771, ov. Dokkum 14.5.1846, die gehuwd was Birdaard 17.4.1797 met Wopkje Jans Tolsma, ged. Birdaard 26.8.1773, ov. Augustinusga ?.1.1808.

Nadat Thomas Pieters was overleden, heeft Wopkje in Makkum en in Marssum gewoond en ten slotte in een bejaardenhuisje bij het Poptaslot te Marssum. Uit het huwelijk zijn vier kinderen geboren:

  1. Jan Willem, geb. St. Jacobiparochie 14.9.1815, ov. ongehuwd Birdaard 27.10.1858.
  2. Maria Thomas, geb. St. Jacobiparochie 2.11.1836, ov. Birdaard 10.6.1865, tr. Ferwerd 29.8.1863 Sake Everts van der Werk, geb. Wanswerd, ov. ?, schipper, weduwnaar van Foekje Johanna van der Weij. Hij was de zoon van Evert Hajes van der Werk en Sytske Sake Timmermans uit Wanswerd. Maria Thomas is in het turfschip overleden toen dit in Bidaard lag.
  3. Eelkjen Thomas, geb. Makkum 22.2.1841, ov. Ermelo 12.4.1917, tr. Ferwerd 7.11.1868 Keimpe Jelle Postma, landbouwer, geb. Raard, ov. ald. 1891.
  4. Pieter Thomas, geb. Makkum 27.2.1843, ov. Vlissingen 6.10.1890.

Pieter Thomas gaat naar de zeevaartschool in Harlingen, woont een tijd in Amsterdam en komt terecht als stuurman bij de maatschappij Zeeland in Vlissingen. Hij huwt (1) Marssum 5.5.1875 Julia Hoitink, geb. Buitenpost bij Marssum 12.5.1845, ov. Vlissingen 6.2.1880, dr. van Hendrik Jan Hoitink, tuinman, en Hendrika Beltman. Zij gaan in Amsterdam wonen, Witteburgersgracht 19 en Pieter is dan zeevarend. Op 10.8.1876 vestigt de familie zich te Vlissingen. Kinderen uit dit huwelijk zijn:

  1. Hendrika Wobina, geb. Amsterdam 26.3.1876[4]. Hendrika Wobina trouwt in Marssum in het jaar 1900 met K.N. Terpstra[5].
  2. Thomas Pieter, geb. Vlissingen 1.8.1877, ov. ald. 25.8.1881.
Pieter Thomas trouwt (2) Vlissingen 20.7.1880 Mina Hoitink, zuster van Julia, geb. Buitenpost 23.9.1849. Zij verhuist met haar stiefdochter na het overlijden van haar man terug naar Marssum, nadat zij op 17.6.1891 uit Vlissingen zijn uitgeschreven.

Met het overlijden van Pieter Thomas is deze Friese tak in de mannelijke lijn uitgestorven.

2. Mr. Antonius Joha

Antonius Joha, ged. Wijnaldum 27.3.1779, gaat in Groningen rechten studeren en wordt daartoe op 12.4.1797 als student uit Leovarda, Frisius ingeschreven. Zijn promotie volgt 23.5.1801 Frisius, met als proefschrift: De diverso praescriptionis effectu, Jur. Hij wordt advocaat voor den Hove van Friesland, alsmede secretaris van de grietenij Westdongeradeel. Naast deze officiële functies brachten juridische adviezen flink geld op. Het heeft er alle schijn van dat vader Thomas Joha zijn zoon gaarne tot grietman zou zien uitgroeien, waardoor naast verhoging van inkomsten ook het aanzien van de familie zou kunnen toenemen.

Deze vooruitzichten worden de bodem ingeslagen als ons land in 1810 bij Frankrijk wordt ingelijfd. Het Hof van Friesland wordt opgeheven, terwijl de grietenijen in "mairies" worden omgezet. Deze veranderingen hebben tot gevolg dat de functie van Mr. Antonius in waarde daalt en zijn toekomstmogelijkheden beperkt worden. Hij wordt precepteur in de mairie van Holwerd en woont in Dokkum.

Antonius trouwt Reitsum 22.8.1802 in de hervormde kerk met Anna Teitsma, geb. Dokkum 21.10.1778, ov. Noord-Scharwoude 6.11.1843, oudste dochter van Jouke Keimpe Teitsma, geb Leeuwarden 2.5.1746, ov. ald. 11.12.1817 en Maaike Sikkes Hoogstraten, geb. Dokkum 28.6.1755, ov. Leeuwarden 16.10.1831.

Teitsma-Hoogstraten

Het echtpaar Teitsma-Hoogstraten was te Dokkum gehuwd 5.1.1777. Ze behoorden tot de doopsgezinde gemeente van deze stad tot 1816, hoewel zij omstreeks 1800 naar Leeuwarden waren verhuisd. Jouke Keimpe, die een bekende patriot was, behoorde tot de notabelen van Dokkum. Hij was daar bankier en kreeg later de functie van thesaurier generaal van de provincie Friesland in Leeuwarden. Het geslacht Teitsma voerde een wapen dat gedeeld was. Het linkerdeel van dit wapen laat een klimmende adelaar zien, het rechterdeel een huismerk, terwijl het helmteken uit het zelfde huismerk bestaat[6].

In Dokkum krijgen Jouke Keimpe Teitsma en zijn vrouw vier dochters:

  1. Anna.
  2. Grietje, geb. 29.12.1781, tr. Leeuwarden 21.3.1821 Louis Ferdinand de Wusson of Wosson, geb. Friedrichstadt (Sleeswijk Holstein) ca. 1776, ov. Husum (Sl.H.), kapitein infanterie in het Nederlandse leger. Zij wonen lange tijd in Zuidlaren. Uit dit huwelijk wordt te Leeuwarden 16.9.1822 een tweeling geboren, waarvan een overlijdt 4.12.1822.
  3. Fokje, geb. Dokkum 5.2.1783, ov. Leeuwarden 31.8.1826, tr. Leeuwarden 5.8.1818 Cornelis Westplate, geb. Middelburg ca. 1786, apothecar te Monnickendam. Die echtpaar krijgt drie kinderen.
  4. Hiske, geb Dokkum 28.11.1788. Zij wordt geschaakt en naar Breda meegenomen door een der Franse officieren die bij de fransgezinde familie Teitsma zijn ingekwartierd, namelijk door Jean Stanislaus Gilmaire, ged. St. Menges bij Sedan 27.10.1772, ov. Sedan 19.6.1841, Frans capitaine, kwartiermaker van het 3e regiment Jagers te paard (1812), ridder in het legioen van eer, zn. van Hubert, wever, en Elisabeth le Lièvre, beiden uit St. Menges.

Hiske Teitsma en Jean Gilmaire trouwen te Leeuwarden 4.6.1811. Hiske blijft doopsgezind, hoewel haar man katholiek is. Kinderen:

  1. Stanislaus, geb. Mons (België) 11.3.1812.
  2. Jean Hubert, geb. Leeuwarden 23.6.1817.
  3. ?, geb. St. Menges 26.6.1819.
  4. Marie Louise, geb. Sedan 12.7.1821.
  5. Emilie Constance, geb. Sedan 19.4.1824.
  6. Gustave Ferdinand, geb. Sedan 28.5.1827.

Jean Stanislaus Gilmaire wordt in Sedan "fabricant de draps" (lakenfabrikant), welk beroep zijn oudste zoon later in Sedan eveneens uitoefent, hetgeen blijkt bij de aangifte van het overlijden van Jean Stanislaus. Waar zijn vrouw Hiske met haar kinderen is gebleven, is tot nog toe onduidelijk. In Sedan is geen enkel spoor van de gehele familie terug te vinden[7].

Jouke Keimpe Teitsma is een zeer rijke bankier geweest met een uitgesproken voorkeur voor de Franse overheid. In 1812 leent hij -vrijwillig of gedwongen door zijn funktie- belangrijke bedragen in de zogenaamde amortisatiekas van Frankrijk. Vlak voor zijn dood vult hij zijn testament d.d. 19.9.1797 aan, waarin hij stelt dat, indien zijn "pretentie" op de Franse kroon gedurende zijn leven zal worden ontvangen, binnen zes maanden na zijn dood ieder van zijn kinderen tienduizend gulden zal worden uitgekeerd. Zijn achterblijvende vrouw wordt eveneens goed verzorgd. Deze aanvulling tekent Jouke op 5.12.1817 en hij overlijdt reeds 17.12 daarop.

Na de Franse tijd heeft Teitsma zijn oude beroep weer opgenomen, getuige het feit, dat hij zich met andere bankiers en effectenmakelaars, namelijk met Sibbe Cats, Pieters Cats, Johannes van der Veen Maartenzoon en Thijs Veenstra te Leeuwarden associeert[7].

Joha-Teitsma

Keren we nu weer terug naar de geschiedenis van Mr. Antonius Joha. Zoals vermeld, trouwt hij met Anna Teitsma in de kerk te Reitsum, waar zijn vader het huwelijk bevestigt, nadat de huwelijksgeboden zowel in Reitsum, Genum en Ligtaard, als ook in de doopsgezinde kerk te Leeuwarden zijn afgekondigd. Achteraf vindt de goedkeuring van het huwelijk in de doopsgezinde gemeente van Leeuwarden plaats op 6.10.1802.

Kinderen, alle in Dokkum geboren:

  1. (naamloos), geb. 21.2.1807, ov. 7.3.1807.
  2. Thomas, geb. en herv. ged. 29.10 en 20.11.1808, getuige de vader, ov. Den Haag 1.8.1870.
  3. Jouke Teitsma, geb. 4.12.1811, ov. Bussum 22.2.1879.
  4. Maria Margaretha, geb.22.10.1814, ov. Bussum 12.6.1901.
De laatste twee kinderen worden doopsgezind en deswege niet als kind gedoopt.

Na de Franse tijd blijft Antonius voorlopig precepteur, maar hij verhuist in 1818 naar Franeker, alwaar hij ontvanger der directe belastingen, de in- en uitgaande rechten en de accijnsen wordt. Als zodanig begeleidt hij geldtransporten van en naar Holland. Hij koopt op 18.12.1820 in Franeker een huis van Johannes Heitsma, wijk TO nr 54 voor f. 526[9].

In de twintiger jaren wordt Antonius ziekelijk en krijgt toevallen. Zijn oudste zoon Thomas helpt hem of vervangt hem op kantoor, hetgeen later als verontschuldiging wordt aangevoerd voor diens mislukte studie in Franeker. Mr. Antonius Joha overlijdt in Franeker min of meer krankzinnig op 17.4.1829, zijn vrouw en drie kinderen achterlatend.

Anna Teitsma blijft na de dood van haar man in Franeker wonen. Als haar zoon Thomas in Alkmaar trouwt gaat zij niet naar de bruiloft, maar geeft via haar notaris schriftelijk toestemming. Pas nadat haar dochter Maria in 1835 in Franeker trouwt en ook naar Alkmaar verhuist, bindt haar niets meer aan haar woonplaats. Zij vestigt zich eind 1836 in Sneek, komend van Leeuwarden, waar haar tweede zoon inmiddels woont.

Hier blijft zij woonachtig tot juni 1843 wanneer zij eveneens naar Alkmaar verhuist. Op bezoek bij haar oudste zoon die zich inmiddels in Noord-Scharwoude heeft gevestigd, overlijdt zij na een ziekte van enkele dagen op 6.11.1843.

Ze laat haar drie kinderen een huis na, gelegen aan de bunen onder de dorpe van Sexbierum[10].

Waarschijnlijk in de periode dat zij in Sneek woonde, maakt Douwe Hansma een schilderij van haar, waarbij zij getooid is met een Friese kap. Deze schilder, geb. Dokkum 22.1.1812, ov. Sneek 9.6.1891, was leerling van Gosling Posthumus, een plaatsgenoot. Vervolgens was hij leerling van Willem Bartel van der Kroon uit Leeuwarden. Voltooide daarna zijn studie in Amsterdam aan de Academie en bij Christiaan Julius Lodewijk Portman, portrettist aldaar, Behalve schilder is Hansma ook literator geweest. Het schilderij is lange tijd in handen geweest van Anna Teitsma's tweede zoon en zijn nazaten, onder wie de familie Eekma en de familie Joha-van de Pol uit Amsterdam. In 1905 gaat het schilderij voor vijf gulden over aan Willem Joha, een kleinzoon van haar oudste zoon Thomas.

Met het overlijden van Anna Teitsma eindigt het verhaal over de Friese Joha's, want bij de geschiedenis van haar twee zonen gaan de takken uiteen in een Noordhollandse en een Utrecht-Zuidhollandse familie. In Friesland zijn alsdan nog enkele Joha's woonachtig, die van Pieter (Aukes) Joha afstammen, die evenwel in dit verhaal zijn beschreven.

Noten
[1]  De overlijdensakte geeft echter andere oudernamen aan.
[2]  R.A. Friesland.
[3]  R.A. Friesland.
[4]  R.A. Noord-Holland.
[5]  Keimpes Nanne Terpstra verhuist met zijn vrouw in 1906 naar Canada en wonen voor het grootste deel van hun leven in Vancouver, British Columbia. (Opgave van Lynda Chelak, kleindochter van Keimpes Nanne Terpstra en Hendrika Joha, september 2002.)
[6]  Brief 17.12.1807 R A F / B R F 1448 Leeuwarden.
[7]  Archives Dép. Charleville Mézières Ardennes.
[8]  Zie: R.A. Friesland, Not. arch. 78.008 acten nr 141, d.d. 18.12.1817 en nr 19, d.d. 18.2.1815.
[9]  Not. arch. not. J. Telting, acte 182.
[10]  Arr. Leeuwarden, kad. bek. gemeente Sexbierum, sectie C, nr. 308, groot 56 roeden en 240 ellen.