DEEL 1: DE EUPENSE JOHA'S

3. De Eupense Joha's in de 18 eeuw

Eupen stond rond de eeuwwisseling van 1700 op de top van haar bloei, wat met de bouw van vele grote prachtig uitziende patriciërshuizen vergezeld ging. Dikwijls dienden deze huizen twee doeleinden tegelijk, namelijk voor woning en voor werkplaats van de lakenwerkers.

Intussen gingen de oorlogen door. In 1702 begon de Spaanse Successieoorlog die tot 1713 zou duren. De Spaanse erfenis werd daarbij betwist tussen de Franse koning Lodewijk XIV en de Oostenrijkse Habsburgers, welke laatsten de hulp kregen van Engeland en de Noordelijke Nederlanden. De oorlog werd voor een deel op Zuidnederlandse bodem uitgevochten.

In 1703 veroverde een Engels-Staats leger het Hertogdom Limburg. De Eupense protestanten maakten al dra gebruik van de nieuwe situatie en beriepen ds. Nicolas Guichard tot predikant. Deze was geboortig van Bazel en diende als legerpredikant in het regiment van de graaf van Albesmale van 1702 tot 1703. Op 6 september 1706 dienden de protestanten bij de Staten een verzoek in om een kerkje met pastorie te mogen bouwen. Na verkregen toestemming kwam het bouwwerk snel gereed en op 29.4.1708 kon de opening van de kerkzaal plaats vinden. De zaal bevond zich op de tweede verdieping boven de pastorie op de begane grond[1]. Dit bouwwerk aan de Hookstrasse dient vandaag den dag nog steeds als Eupense pastorie.

Het einde van de oorlog bracht mee dat Eupen op 11.4.1713 Oostenrijks werd. De nieuwe machthebbers waren het protestantisme veel minder goed gezind. De protestanten verloren het recht van openbare godsdienstoefening, terwijl hun predikant ds. Guichard binnen tien dagen het land moest verlaten en de kerk gesloten werd, dit alles bij decreet gedateerd 26.5.1716. De kerk zou moeten worden verkocht, maar het gebouw werd verhuurd aan een dokter Lamargelle die het aan een R.K. dame verhuurde. Deze gaf het gebouw weer in huur aan de "reformirte Gemeinte". Ds. Guichard dook op in Meerssen, waar hij in 1721 predikant werd tot zijn dood in 1747.

Nadat ds. Guichard verdwenen was, werd ds. Abraham Schmitz in Aken op 5.10.1718 als geheim predikant beroepen[2]. Ds. Schmitz was op 1.11.1690 te Schleiden in de Eifel geboren. Hij kwam in Eupen als kandidaat op 18.1.1713 "mit Kirchenzeugnis von Johann Sebastian Hamel", predikant te Herborn, een universiteitsstad. Vanaf 1718 heeft hij de gemeente Eupen tot aan zijn dood op 5.2.1764 gediend. Hij woonde, als verstokt vrijgezel, zijn leven in Aken.

Waarschijnlijk waren beide predikanten familie van elkaar, doordat ds. Guichard met een Catharina Schmitz gehuwd was. Bij de doop van Barbara Guichard op 8.3.1716 traden als getuigen op Abraham Schmidts, Gerdrut Schmidts, dit Peuckens, Barbara Peukens, dit Craemers.

In 1718 uitte de nieuwe predikant zijn bezorgdheid over de kerkelijke toestand in Eupen door middel van drie brieven, één aan de raadspensionaris Heinsius te Den Haag, één aan de Resident van Hare Hoogmogenden te Brussel, thans te 's-Gravenhage, de Heer Ernst Pesters, alsmede één aan de Hr. Advocaat Louis in Den Haag. De ondergetekenden van deze brieven, gedateerd 11.11.1718, waren Abraham Schmitz, "heimelijck predikant" en Johan Boomhewer, "voorstaender". De Hoogmogenden stelden de brieven in handen van de Heer van Wijnbergen en anderen "tot de saeken van de Barrière" en wel bij resolutie d.d. 25.11.1718[3].

Van economisch standpunt beschouwd, bleek de Oostenrijkse heerschappij niet slecht uit te vallen. Vooral de regering van Maria Theresia is voor Eupen van voordeel geweest.

Na deze uiteenzetting die nuttig zal blijken te zijn voor goed begrip van de verdere familiegeschiedenis keren we terug naar Thomas Johae, 6e kind van Niclaus en Gertrud Ernst.

Thomas Johae

Thomas Johae trouwde twee maal. De eerste keer op 39-jarige leeftijd met Cibilla Johae, die een kleindochter van Gillis Johae-Spiell was (uit de katholieke tak van de Johae's), die met de protestantse Margaretha Welter getrouwd was. Eén van hun kinderen, Leonard, ged. 8.7.1640, ov. 20.1.1710 trouwde Vaels 20.7.1664 Isabella Voss ov. 31.1.1710. Het zesde kind van Leonard en Isabella heette Cibilla (=Isabella), ged. 5.12.1674, ov. 20.3.1710. Zij huwde dus met Thomas Johae, Vaels 20.6.1706. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren:

  1. Gertrudt, ged. Eupen 3.5.1707, ov. ald. 25.10.1750.
  2. Isabella, ged. Eupen 23.2.1709, ov. ald. 8.4.1709.

Gertrudt, trouwde Vaels 21.9.1738 met Peter Delhaes, geb. 21.1.1710, ov. 28.9.1742, zn. van Richard Delhaes Rig. en Susanna Maria Welter. Kinderen:

  1. Thomas, ged. 6.7.1739, ov. 21.7.1739.
  2. Peter, ged. 21.7.1740, ov. 7.2.1741.
  3. Maria Sibilla, ged. 10.6.1742.

Na het overlijden van Cibilla in 1710 hertrouwde Thomas in Eupen met Maria Catharina Schinck, ov. Eupen 27.7.1754, dr. van Anthon en Catharina Schinck uit Wolfesbach (=Woffelsbach) in de Eifel. Haar doopdatum werd tot nu niet gevonden, noch in Schleiden, noch elders.

De familie Schinck behoorde tot een zeer oud protestants geslacht dat uit de omgeving van Schleiden afkomstig was[4]. Een zijtak van dit geslacht woonde in Woffelsbach. Aansluiting aan deze zijtak is nog niet gevonden, maar het is niet onmogelijk, dat het gezin van Anthon Schinck naar elders verhuisd is. In het midden van de 18e eeuw komt de naam Schinck meer dan eens in Aken op.

Maria Catharina of Catharina, zoals zij het meest wordt genoemd, had een zuster Gertrudt, die eveneens in Eupen woonde, want in 1718 komt zij in de lijst van lidmaten voor. Deze Gertrud trouwde te Vaels 3.7.1729 voor ds. Leimbach met Nicolaes Gaul, ov. 1.9.1742. Gertrud stierf reeds 2.6.1731.

Uit het tweede huwelijk van Thomas werden drie kinderen geboren:

  1. Niclaus, ged. Eupen 9.8.1712, ongehuwd, ov. Breda 13.2. 1742 en begraven ald. 16.2.1742.
  2. Anthon, ged. Eupen 28.7.1715, ov. Britswerd 31.5.1784.
  3. Thomas, ged. Eupen 28.10.1718, ov. ald. 24.11.1788.

De doopgetuigen waren achtereenvolgens:

  1. Peter Schinck, Claes Johae en Maria Nacken, dit Johae.
  2. Weinand Steinwegh, Paulus Schinck en Cibilla Steinweg.
  3. Thomas Blanckert, Peter Joeha en Grütgen Hansen.

De namen Paulus, Anthon of Toni, Gertrud en Maria Catharina komen veelvuldig in het geslacht Schinck uit Schleiden voor, terwijl een Paulus Schinck in Aken is overleden op 31.7.1765.

In 1720 overleed Thomas Johae en bleef Catharina met drie kinderen achter. Zij woonde in 1726, volgens een gegeven uit het lidmatenregister, op de Caperberg.

Anthon Johae

Wij gaan nu beginnen met de beschrijving van het leven van Anthon Johae, de latere ds. Antonius Joha uit Friesland. Het eerste gegeven uit zijn leven is zijn "Confirmation" op 3.6.1732 tegelijk met Peter Delhaes, na Niclaus op 27.7.1728, terwijl Thomas later volgde op 10.6.1737. Kort na de "Confirmation" verhuist Anthon naar Aken, waar hij bij ds. Abraham Schmitz voorbereidend onderwijs krijgt. Hij wordt dan ook uit Eupen uitgeschreven op 20.11.1732. Anthon blijft in Aken tot september 1733 en vervolgt zijn studie in Maastricht, waar hij op 16.9.1733 als lidmaat wordt ingeschreven. Hij noemt zich dan Anthon Joha. Vrijwel zeker is hij student geweest aan de zgn. Illustere School, waar protestantse predikanten college gaven, maar een archief ontbreekt helaas.

Anthon had zeer verre familieleden en kennissen in Maastricht[5], want er woonde de familie Boomhouwer, verwant aan de Eupense Johae's. In het nabije Meerssen stond de Eupense predikant Guichard. Nicolaas Guichard, zoon van de dominee en geboren in 1718, kwam in 1738 terug uit Groningen na voltooide studie voor predikant. Hij werd toen adj. predikant in Valkenburg waar hij in 1742 regulair predikant is geworden.

Het is plausibel, dat de ervaringen van Nicolaas Guichard in Groningen van invloed zijn geweest op Anthon Joha wat betreft zijn verdere studieplannen, want op 4.9.1739 werd hij "na Groningen" uitgeschreven (om aldaar theologie te studeren) uit het lidmatenregister "onder de Borgerije van de Nederlandsche Gereformeerde Kerke Jesu Christi tot Maastricht vanaf 1690"[6].

In Eupen was Catharina Johae met haar jongste zoon Thomas achtergebleven. Er bleven contacten met Anthon in Groningen en later in Friesland bestaan, die in het volgende deel worden beschreven. Het leven van Catharina is niet over rozen gegaan, want haar man, haar zuster, éen van haar zonen, haar stiefdochter met haar man zijn haar in de dood voorgegaan. Alleen haar jongste zoon is tot haar overlijden in Eupen bij haar gebleven.

Catharina sterft in Eupen op 27.7.1754 en eerst na haar dood trouwt Thomas te Stolberg 22.6.1755 Anna Catharina Kaufmann, dr. van Michel en Catharina Reinartz, afkomstig uit Rötgen. Kinderen zijn:

  1. Anna Catharina, ged. 2.9.1756, ov. ald. 7.5.1771.
  2. Thomas, ged. 1.1.1758, tr. Barbara Elisabeth Daamen, dr. van Johann Adam Daamen en Anna Maria Barbara Judith Blankerts.
  3. Michael Theodor, ged. 15.2.1760, tr. Eupen 19.6.1791 Maria Carharina Steinweg, dr. van Johann Steinweg en Maria Catharina Römer.
  4. Maria Justina, ged. 16.7.1762, ov. 19.7.1779.
  5. Anna Maria, ged. 25.11.1764, ov. 26.3.1777.

Uit het huwelijk van Thomas en Barbara werden vóór 1795 twee kinderen geboren, die beiden slechts enkele dagen leefden. Van Michael Theodor en Maria Catharina is vóór 1795 slechts een zoon bekend, Johann Thomas geb./ged. 26./28.7.1793.

Het Eupense verhaal eindigt bij de aanvang van de Franse tijd die in Zuid-Nederland en in Limburg begint met de inlijving in de Franse Republiek. Misschien wordt deze Eupense familiegeschiedenis op een later tijdstip nog eens voortgezet. Vooralsnog volstaan wij met de mededeling, dat de laatste Eupense Johae -althans wat de protestantse takken betreft- in de 70er jaren van deze eeuw is overleden.

Noten
[1]  Victor Gielen, Aus Eupens Vergangenheit, Raeren 1966.
[2]  Zie literatuur opgave, onder 4.
[3]  Zie literatuur opgave, onder 1.
[4]  Zie literatuur opgave, onder 7.
[5]  G.A. Maastricht.
[6]  Stadsarchief Maastricht.