DEEL 1: DE EUPENSE JOHA'S

2. De Eupense Joha's in de 16e en 17e eeuw

De naam Joha wordt in en om Eupen al aan het einde van de 15e eeuw aangetroffen. In het midden van de 16e eeuw waren er verscheidene families Joha in Eupen, waarvan de onderlinge verwantschap ons maar ten dele bekend is. De naam Joha is gevormd als afkorting van Johannes en werd op diverse manieren gespeld, zoals Johae, Jehae, Johaen, Joeha, Jeha en Johaekens. De patronymische afleiding geeft aanleiding tot de veronderstelling dat er meerdere families Joha naast elkaar kunnen zijn ontstaan, zonder enige verwantschap met elkaar.

Afgaand op de spelling werd de naam Johae in de 16e eeuw misschien uitgesproken met de klemtoon op de tweede syllabe en de naam Joha en in de 18e eeuw ook wel met de nadruk op de eerste lettergreep. Men bedenke daarbij, dat de klanken ae en oe als lange klinkers dienen de worden uitgesproken, zoals Vaels voor Vaals. In de 19e eeuw begon men onder Duitse invloed de naam Johae als Johä te prononceren.

Vanaf het begin der Reformatie bestond er in Eupen een protestantse groep Johae's naast de katholieke familie(s). Veel later zouden nazaten van de laatste groep zich in Zuid-Limburg vestigen waar de naam Joha nu nog voorkomt, dus buiten de in deze studie beschreven familie.

Oude gegevens omtrent protestanten vindt men doorgaans alleen daar waar zij met de justitie in aanraking komen. Dat was het geval bij de beeldenstorm in Eupen, omdat door Alva een uitvoerig onderzoek naar de ongeregeldheden werd gelast. In het bewaard gebleven verslag komen enige Joha's voor. Volgens het verslag van het onderzoek werd een zekere Hainneman Bour ondervraagd. Deze verklaart op de aan hem gestelde vragen het volgende: "gevraicht nae die distructien van de bilderen uund crucifyxen deponert nichil dan hayt wail hoeren saegen dat Clousen Johaen den naeme droech dat hy dat cruytzifix souldt van enen gehouwen hayffen uund eme ys kundig dat der selve buytenlants vertreckt ys metten seinen huysraedt". Het was Claus Johae niet mogelijk gebleken om samen met twee makkers de St. Nicolaaskerk binnen te dringen. Toen vergenoegde hij zich ermee over het hek van het kerkhof te klimmen om daar een kruisbeeld te vernielen. In het uitvoerige protocol worden nog twee andere Johae's genoemd, namelijk een Engel Johae, die anabaptist of wederdoper was en een Govaert Johae, die in het leger van Willem van Oranje had dienst genomen[1].

Er woonden in die tijd ook verschillende katholieke families Johae in Eupen, waarvan er enkele verwant waren met een kopergietersfamilie uit Kettenis bij Eupen, later te Stolberg genaamd Heusch of Hoesch. Nazaten van deze familie werden in de 19e eeuw bekend als ijzermagnaten uit het Ruhrgebied.

Twee zonen van een Leonard Johae, kleinzonen van Leonard Johae (schreinemacher), genaamd Leonard Johae-Spiell en Johann Johae-Spiell trouwden met twee zusters, dr. van Mees Hoesch van Kettenis, resp. Catharina Hoesch op 27.11.1621 en Christina Hoesch op 9.10.1621. Een derde zoon huwde op 13.2.1627 de protestantse Margaretha Welter. Hij heette Gillis Johae-Spiell.

Claes Johae

Na deze uitwijding gaan we over op de oudst bekende generatie van ds. Antonius Joha. Het begin van elke genealogie ligt voor een belangrijk deel in nevelen gehuld en dat geldt dus ook voor de eerste generatie Joha die ons bekend is.

Uit 1599 is bekend, dat een Claus Johae op Gospert nr. 44 (een belangrijke straat in de bovenstad) een huis bezit, terwijl in het zelfde jaar hem een huis en hof toekomt dat afkomstig is van een Johann Piper. Het is gelegen achter het huis van Claus Johae. Het Frambacher Latbuch, dat gegevens over een groot deel van Eupen bevat, vermeldt dat in 1617 een Welter Johae een van Pelser verworven huis aan de Gospert aan zijn broeder Claes vermaakt.

Claes zal waarschijnlijk voor 1628 zijn overleden. Ook is een Gertrud Piper bekend die als weduwe Johae te Eupen 5.3.1631 is gestorven[2].

Uit een analyse van kadastergegevens van de jaren 1645-1647 valt op te maken, dat de Gospert wel uit ca. 40% protestantse gezinnen bestond tegenover slechts 5% in de Kirchstrasse en een 15% in de Haasstrasse (een straat in de benedenstad). De protestanten hielden zich veelal bezig met de verwerking van wol tot laken, zoals met het spinnen, weven, wassen, verven en verhandelen. Het aantal protestanten veranderde in de loop van de tijd niet veel, zodat hun aandeel in de stad daalde door de sterke groei van de totale bevolking.

De doop-, trouw- en sterfboeken vangen in Eupen voor wat betreft de katholieke parochie met het jaar 1613 aan, zodat we vanaf het begin van de 17e eeuw een wat meer vaste grond betreden.

We vangen aan met Welter, de broer van de oudst bekende voorouder van ds. Antonius Joha. Van Welter zelf is ons tot nu toe niets meer bekend dan de namen van twee kinderen.

Het eerste kind heette eveneens Welter. Welter, ged. ?, ov. Eupen 27.6. 1678, huwt juni 1643 Mentgen Engels, ged. ?, ov. Eupen 4.9.1700, dr. van Nicolaas Engels. Deze Johae is wel de meest bekende geweest van de hele familie. Hij was een groothandelaar in laken. Zijn grafsteen is bewaard gebleven en bevindt zich thans naast de Evangelische kerk te Eupen. Men treft er het opschrift aan dat als volgt luidt: "1678 den 27 Juni ist Weltern Johan umb 2 Uhren nachmedach Gott seelig den herren entschlafen". Kinderen van Welter jr.:

  1. Maria, ged. 1.1.1645, huwt Vaels 27.5.1682 Kornelis Herstatt.
  2. Nicolas, ged. 9.12.1646, ov. Eupen 6.11.1715 (?), huwt 26.4.1684 Walburg Fremerey, ged. 29.11.1648, ov. Eupen 3.5.1702, dr. van Jacob Fremerey en Cicilia Braun[3].
  3. Walter, ged. 9.5.1648, ov. Eupen waarsch. 11.2.1740.
  4. Peter, ged. 5.3.1650, ov. Eupen 27.3.1651.
  5. Catharina, ged. 4.3.1654, ov. vóór 1669.
  6. Mentgen, ged. 4.2.1656, huwt Eschweiler 31.1.1685 Johann Herstatt, broer van Kornelis.

Dat Vaels al plaats voor doop en huwelijk fungeert, behoeft hier een korte toelichting. In 1632 werden door Frederik Hendrik de Maassteden Venlo, Roermond en Maastricht veroverd. Daarenboven werd het Hertogdom Limburg overmeesterd, maar dit laatste ging reeds in 1633-1634 weer in Spaanse handen terug. De reformatorische gemeente Eupen sloot zich na 1634 bij Vaels aan, dat staats was en bleef. Ook Aken en Burtscheid (thans deel van Aken) hoorden bij Vaels. Men trouwde en doopte publiekelijk in Vaels dan wel "privat" thuis in Eupen of elders. In de dertiger jaren moest men dikwijls in het geheim dopen, waardoor een groot aantal doopgegevens niet zijn genoteerd dan wel verloren zijn gegaan. In Vaels ging men ter kerke via de geuzenweg van Eupen naar Vaels. In 1671 begon de bouw van een reformatorische kerk te Vaels, die haaks op de bestaande katholieke kerk was geprojecteerd met één gemeenschappelijke toren in het hoekpunt. Kort na de opening van de kerk op Pasen 1672 moesten de protestanten het gebouw verlaten op last van de Fransen, die een groot deel van ons land veroverden en er bleven tot 1678, toen de vrede van Nijmegen een einde maakte aan de bezetting.

Het tweede kind van Welter Johae was Maria, ged. ?, ov. Eupen 8.4.1672, tr. 1642 Thomas Piper, zn. van Johann Piper, notaris. Maria behoorde tot de "reformirte" gemeente, haar man niet. Haar grafzerk is eveneens bewaard gebleven en is te vinden naast de Evangelische Kirche van Eupen: "1672 den 8 April ist Maria Jeha hausfraw von Thomas Peiper in den Herren entschlafen. Gott [...] Römer am 14 Capitel". Het graf is van een "Mirke" voorzien, een merkteken dat ook aan af te leveren lakens werd gehecht[4]. Wapentekens waren in Eupen niet gebruikelijk.

Tweede generatie

Van genoemde Claes is ons slechts een zoon bekend Claes, ged. ?, ov. Eupen 26.6.1668. Hij trouwt Eupen 29.2.1628 voor de priester -als protestant- met Anna Peipers of Pipers, ged. ?, ov. Eupen 12.6.1651, nagelaten dochter van Thomas Pipers, ov. Eupen 23.8.1617. De laatste was waarschijnlijk getrouwd geweest met een Johanna, die op 9.9.1630 doopgetuige is -als wed. Thomas Pipers- bij de doop van Anthonius, zoon van Peter Ernst en Maria Sayum, die gehuwd waren 28.9.1629[8].

Of er verwantschap tussen deze en de eerder vermelde familie Piper(s) bestond, is niet onderzocht, maar zeer wel mogelijk. Het aantal protestantse families in Eupen en Aken was in die tijd beperkt, zodat tussen de families meerdere onderlinge verwantschappen bestonden.

Van Thomas Piper wordt nog een nagelaten zoon genoemd, Michel, die te Eupen 16.10.1631 met Engel, Beckers nagelaten dochter, huwt.

Bij het huwelijk van Claes en Anna wordt genoteerd, dat zij "aan de Haas" gaan wonen en in 1629 heeft Claes een huis verworven aan de Kaperberg, een steil oplopende straat in Eupen. Het huis[5] aan de Gospert verkoopt hij in 1629 aan zijn zwager Peter Hoppertz van Stockem voor 350 daalder. Volgens het eerste kadaster uit 1645-47 blijkt, dat Claes Johae een tweetal woningen in de Haas bezit[6], die later op zijn zoon Niclaus en op zijn schoonzoon Leonard Kuyl overgaan. Thans bevindt zich een nieuwe brug over de Vesdre, vlak naast de plaats waar vroeger die twee huizen waren gelegen.

Uit dezelfde tijd vermeldt het eerste overzicht van de lidmaten van de gereformeerde gemeente te Eupen, dat "zu Neispert", een gehucht bij Eupen, Claes Johae, "sein Weib" Annecken Pipers, alsmede haar zuster Jannecken Pipers, gehuwd met een Peter Johae (geen directe familie van Claus), woonachtig zijn. Volgens het lidmatenoverzicht uit 1654 woont Claes weer in Eupen, waarschijnlijk verhuisd na het overlijden van zijn vrouw in 1651.

De eerste drie kinderen van Claus en Anna zijn in Eupen katholiek gedoopt, de twee volgende protestants in Vaels, terwijl de jongste als eerste dopeling in het Eupense doopboek prijkt. Met het zelfde handschrift is het doopgegeven in het Vaelser doopboek genoteerd. In beide boeken wordt de moeder met Anna Pieters aangeduid. De dubbele inschrijving van dopelingen vond nog lange tijd plaats, misschien uit oogpunt van voorzichtigheid.

De status van de protestantse gemeente van Eupen was in de tijden nog erg wankel. De definitieve afbakening van de staatse en Spaanse gebieden vond pas plaats in het jaar 1661 bij het zogenaamde Partagetractaat, waarbij Eupen Spaans bleef.

De kinderen zijn:

  1. Güttchen, ged. 27.12.1628, tr. Burtscheid (privat) 28.4.1657 Leonard Kuyl, zn. van Johann en Marichen Klar. Zij gaan wonen in het kleine huis van haar vader aan de Haasstraat. Krijgen zeven kinderen van wie er één voor 1668 sterft. Uit het lidmatenoverzicht blijkt dat twee kinderen weer r.k. zijn geworden. De ouders en de andere kinderen leven dan nog als protestanten.
  2. Thomas, ged. Eupen 9.3.1630, ov. ald. 30.9.1691. Tr. (1) Vaels 24.5.1654 Anna Römer, ov. Eupen 29.1.1661, dr. van Weinand Römer. Kind: Niclas, ged. 11.12.1655. Tr. (2) Vaels Marichen Smidts, dr. van Matth. Smidts en Mergen Voss. Kinderen:
    • Mattheaus, ged. 16.2.1664
    • Anneken, ged. 9.12.1665, ov. 2.12.1668
    • Maria, ged. 20.12.1667
    Tr. (3) Eupen 10.1.1678 Catharina Hoeckel (wed). Van Thomas weten we dat hij het huis aan de Kaperberg bewoonde (ca. 1685).
  3. Niclaus, ged. Eupen 18.4.1632, ov. ald. 8.12.1699.
  4. Johanna, ged. Vaels 26.3.1636, ov. jong.
  5. Johanna, ged. Vaels 2.6.1641.
  6. Catharina, ged. Eupen 2.9.1645. Tr. Vaels 10.12.1679 Peter Ernst, broer van Gertrudt. Deze sterft spoedig, waarna Catharina hertrouwt Vaels 6.11.1681 Peter Fatsoen (ook wel Fatsun of Fatsoun), ged. 3.7.1655, zn. van Leonard Fatsoen en Tring Römers, die gehuwd waren Vaels 3.5.1650. Na de dood van Catharina hertrouwt Peter, Vaels 24.9.1698, Anna Peters.

De doopgetuigen van de genoemde kinderen waren achtereenvolgens:

  1. Peter Hansen, Grüttgen Johann Peipers Weib.
  2. Thomas Peiper, Grütgen Heinrich Pelzers Witwe.
  3. Peter Hoppertz, Maria Lindelaufs.
  4. Welter Römer, Margartha S. en Margaretha Welters.
  5. Leonard Hansen.
  6. Willem Mommers en Catharina Pipers.

De latere generaties

Niclaus trouwt Eupen (priv.) 14.8.1655 Gertrud Ernst, ged. ca. 1629 (volgens het leeftijdsgegeven uit 1668), ov. Eupen 5.8.1677, dr. van Heinrich Ernst en Maria Römer, ov. Eupen 29.12.1668. Het laatste genoemde echtpaar was in Eupen 27.11.1627 getrouwd[7]. De familie Römer stamt uit Aken en komt ook in Eupen en in Noord-Nederland voor.

In 1655 bewoonde Niclaus het grote huis van zijn vader aan de Haas.

Niclaus was vele malen ouderling in de "reformirte" gemeente van Eupen en wel in de jaren 1682, 1688, 1693 en 1699.

Niclaus Johae en Gertrud Ernst kregen negen kinderen, alle in Eupen gedoopt:

  1. Anna, ged. 6.8.1656, ov. jong.
  2. Henrich, ged. 20.10.1657, ov. ald. 12.7.1707.
  3. Peter, ged. 19.4.1659, ov. jong.
  4. Niclas, ged. 3.10.1660, ov. jong.
  5. Johannes, ged. 3.2.1664.
  6. Thomas, ged. 22.5.1667, ov. ald. 2.11.1720.
  7. Anna, ged. 1.3.1670.
  8. Maria, ged. 17.5.1671, ov. ald. 1.5.1688.
  9. Nicolas, ged. 21.8.1674.

De doopgetuigen van deze kinderen waren:

  1. Peter Johae en Güttgen Beckers, Johaan Pipers Hausfrau en Margaretha.
  2. Arnoldt Smidt, Peter Lindelauf en E. Klebanck.
  3. Thomas Voss, Mattheus Welter, Nicolas Voss, Mariechen Steinwegh (Johaan Voss Hausfrau).
  4. Dürig Römer, Claes Römer, Johanna Piper (Peter Johae Hf.).
  5. Nicolaus Johae, Wilhelm Steinwegh, Trütgen Römer (Peter Johae Hf.).
  6. Leonard Kuyl, Thomas Lindeloof, Tring Pipers (Smidts Hf.).
  7. (Geen getuigen bekend).
  8. Johann Steinwegh, Gütgen Johae (Kuyl Hf.), Barbara Steinwegh.
  9. Thomas Johae, Peters Ernst en Catharina Johae.

Uit het lidmatenoverzicht dat in 1686 is opgemaakt, is een bijzonderheid te vermelden. Het is namelijk niet onmogelijk dat Niclaus Johae na 1677 nogmaals gehuwd is geweest. In dit overzicht is sprake van een Niclaus Johae met vijf kinderen en een echtgenote die niet bij name wordt genoemd, maar die als "positief" wordt aangeduid.

In het overzicht van de dopelingen in de tachtiger jaren vonden we drie gedoopte kinderen van een Claes Johae en een niet genoemde vrouw. Waarschijnlijk wilde de predikant de naam van deze vrouw niet officieel in het doopboek opnemen. Deze kinderen zijn:

  1. Gertrud, ged. Eupen 8.3.1682.
  2. Sophia of Feiken, ged. Eupen 12.9.1684, ov. ald. 21.9.1686.
  3. Anna, ged. Eupen 6.10.1686.
De doopgetuigen van deze kinderen zijn achtereenvolgens:
  1. Peter Fatsoen, Güttchen Johae en Maria Ernst.
  2. [...], Johanna Pieper, Barbara Ernst.
  3. Heinrich Pelzer, Catharina Hoeckel, Sibylla Steinwegh.

Met het zesde kind van Niclaus en Gertrud, Thomas Johae uit 1667, begint de geschiedenis van de Eupense familie Johae uit de 18e eeuw. Verdere gegevens over zijn broers en zusters zijn ons niet bekend.

Noten
[1]  Zie literatuur opgave, onder 5.
[2]  Zie literatuur opgave, onder 1. Klapper op het verloren gegane boek nr 20.
[3]  In het begin van de 18e eeuw trouwden twee dochters van Nicolaas Johae en Walburg Fremerey, Maria Cicilia en Catharina Mentha op de zelfde dag, Vaels 19.10.1712 met twee neven, beiden genaamd Johann Baumhauer, resp. zoon van Johann Baumhauer en Anna Nyset uit Aken en zoon van Heinrich Baumhauer (Boomhouwer) en Gertrudt Baumhauer uit Maastricht. Deze Boomhouwer is in Maastricht ouderling geweest. De familie Fremerey is afkomstig uit Artois (zie literatuur opgave onder 8).
[4]  Ernst Tode, Chronik Retersbeck, Görlitz 1918, p. 3.
[5]  No. 1926 uit kadaster 1645.
[6]  Zie literatuur opgave, onder 9.
[7]  Zie literatuur opgave, onder 1.
[8]  Zie ook de website van Peijpers