DEEL 4: DE UTRECHT-ZUIDHOLLANDSE TAK

2. De tweede generatie van de Utrecht-Zuidhollandse tak

Zoals hiervoor beschreven, kwam Antonius, geb. Sneek 17.7.1840, ov. Alphen a/d Rijn 1.6.1917, met zijn ouders in mei 1856 in Maarssen terecht. Vandaar blijkt hij volgens de burgerlijke stand per 8.5.1863 afgevoerd te zijn naar Wymbritseradeel, de gemeent waarin Sneek ligt. Waarom ging Antonius terug? Waar naartoe? Volgens overlevering zou hij niet goed hebben kunnen leren en daarom, als oudste zoon, een boerderij krijgen. Om iets van het boerenbedrijf te leren is hij in Wymbritseradeel ergens in de leer geweest. Deze theorie wordt bevestigd door een zinsnede uit een brief van Maria van de Geer d.d. 17.11.1864 aan hem gericht, luidende: "[..] mijn wensch vervuld is geworden dat gij een goeie reis gehad heeft en tevens op de boot goed gezelschap, vint ik ook prettiger als dat men zo stil moet zijn. Dat jullie koeie niet op de stal zouden staan heb ik u wel gezijt, bij ons ook nog niet doch ik denk van de week."

Antonius trouwt met Maria op 16.4.1868, zij was geboren te Maarsseveen 18.2.1843 als dochter van Dirk van de Geer, landbouwer en veehouder op de "Meerhofstede" te Maarsseveen, en Geertje Versteegh.

Het jonge paar vestigt zich op een boerderij te Hazerswoude. Bij zijn huwelijk zou Antonius goed bij kas geweest zijn: hij hield renpaarden die voor sulkies liepen. Met het wedden daarop zou heel wat geld verdwenen zijn. Met het boerenbedrijf werd nauwelijks iets verdiend. Ook had men in Hazerswoude tegenslag door varkenspest. Het eerstgeboren kind, zoon Jouke Teitsma, geb. ald. 16.5.1869, overleed daar op 12.2.1870. Na enkele jaren verlaat men Hazerswoude.

Per 8.9.1874 staat het gezin ingeschreven in de gemeente Alphen aan den Rijn. Antonius had daar een andere hofstede gekocht van de heer Van der Zijde en wel gelegen aan het vroegere Goudse Rijpad. De boerderij kreeg de naam Maria-Hoeve[1].

Antonius heeft deze boerderij geleid, totdat zijn zonen Dirk Teitsma en Jacobus Teitsma het bedrijf konden runnen. Antonius ging liever naar de Utrechtse markt als handelaar in paarden en beesten.

Antonius was een kleine man, gezet en goed van de tongriem gesneden. Hij zou zich in diverse talen mondeling behoorlijk hebben kunnen uitdrukken, hetgeen op een goede middelbare opleiding zou kunnen wijzen, maar daarover is ons niets bekend.

Hij hield ervan onder de mensen te zijn en hij was dan ook in Alphen bestuurslid van diverse clubs, onder meer van de sociëteit in Alphen, welke organisatie in hotel St. Joris vergaderingen hield, harddraverijen met paard-en-sjees organiseerde, en later een zeil- en roeivereniging oprichtte (1882).

Na 1900 raakt Antonius wat ge´soleerd, misschien wel vanwege het feit dat hij graag een glaasje drinkt. In ieder geval tracht hij met drank de eenzaamheid te verdrijven.

In 1906 trouwt Dirk Teitsma en verhuist naar Nieuwveen. In 1908 trouwt Jacobus Teitsma, die de boerderij overneemt. Antonius en Maria verhuizen dan naar de Oranjestraat. Wanneer Jacobus Teitsma in 1914 in militaire dienst moet vanwege de algemene mobilisatie, verschijnt Antonius weer op de boerderij. Maria en hij overlijden vrij kort na elkaar in 1914 en 1917 en Jacobus Teitsma neemt het boerenbedrijf weer over, mogelijk al in 1915, omdat hij alsdan 30 jaar wordt en waarschijnlijk de militaire dienst heeft mogen verlaten.

De kinderen van Antonius en Maria:

  1. Jouke Teitsma, geb. Hazerswoude 16.5.1869, ov. ald. 12.2. 1870.
  2. Geertruida (Geertje), geb. Hazerswoude 19.8.1870, ov. Rotterdam 27.9.1945.
  3. Magdalena Margaretha, geb. Hazerswoude 1.10.1872, ov. Leiden (ziekenhuis) 4.7.1941.
  4. Dirk Teitsma, geb. Alphen a/d Rijn 30.5.1875, ov. Nieuwveen 27.7.1954.
  5. Jouke Teitsma, geb. Alphen a/d Rijn 20.1.1878, ov. ald. 21.8.1950.
  6. Sophia Carolina Hendrika, geb. Alphen a/d Rijn 13.4.1880, ov. Utrecht 23.4.1939.
  7. Berendina Margaretha, geb Alphen a/d Rijn 21.9.1883, ov. Hilversum 14.3.1962.
  8. Jacobus Teitsma, geb. Alphen a/d Rijn 2.2.1885, ov. ald. 29.10.1956.
  9. Ferdinand Marinus Antonius Teitsma, geb. Alphen a/d Rijn 20.11.1887, ov. ald. 31.7.1888.

De familie Van de Geer

De vader van Maria was, zoals hierboven reeds vermeld, Dirk van de Geer, geboren te Leersum ca. 1805 als zoon van Jacob van de Geer (geb. ca. 1773) en Sophia (Fijgje) Lagerweij. Omstreeks 1802 was geboren Roelofje van de Geer, die in 1822 trouwt met Willem van Barneveld, tabaksplanter te Amerongen. Circa 1806 is Sophia Lagerweij overleden; Jacob hertrouwt dan met Sophia Beukhof, die geboren is ca. 1783.

Dirk van de Geer is getrouwd in Leersum 25.11.1830 met Geertje Versteegh, geboren aldaar 9.9.1805 als dochter van Maurits Gerard Versteegh, landbouwer (geb. ca. 1764), en Maria Floor[2]. Getuigen bij dit huwelijk waren: Willem van Barneveld, 28 jaar, tabaksplanter te Amerongen, Maurits Gerard Versteegh, oudere broer van de bruid, 30 jaar, landbouwer, Didericus Cornelis Versteegh, 60 jaar, schoolmeester en Johannes Versteegh, 65 jaar, zonder beroep, allen woonachtig te Leersum. Alle betrokkenen bij dit huwelijk ondertekenden de akte.

De kinderen uit dit huwelijk zijn:

  1. Jacobus, geb. Leersum 27.3.1832. In de geboorte-akte wordt vader Dirk herbergier genoemd.
  2. Maurits Gerard, geb. Leersum. De vader is nu landbouwer.
  3. Sophia, geb. Maarsseveen 30.10.1836.
  4. Maria, geb. Maarsseveen 28.11.1838, ov. ald. 1.12.1841.
  5. Roelofje, geb. Maarsseveen 26.11.1841, ov. ald. 28.11.1841.
  6. Maria, geb. Maarsseveen 18.2.1843.
  7. Willem, geb. Maarsseveen 21.6.1845.

Dirk van de Geer overleed te Maarsseveen 16.7.1874; Geertje Versteegh aldaar op 9.1.1893.

De naam Maurits Gerard is dé voornaam in de familie Versteegh. Reeds in 1719 noemt Pieter Versteegh gehuwd met Christine van Wulven zijn oudste zoon Maurits Gerard; de tweede zoon heette Aart[3]. Ook de namen Lagerweij en Van de Geer zijn nog verbonden aan grote boerderijen in de zgn. Boerenbuurt. Het zijn gemengde bedrijven met naast landbouw, vee, varkens en vooral ook schapen.

3. Everhardus Jacobus Joha

Van Everhardus Jacobus (oom Pel), geb. Sneek 18.10.1842, ov. 's-Gravenhage 4.10.1911, is ons weinig bekend. Hij trouwt Bussum 20.4.1871 met Agatha van de Pol, zijn nicht, geb. Alkmaar 27.3.1841, ov. Amsterdam 14.11.1907, dr. van Gerrit en Maria Margaretha Joha. Na zijn huwelijk vestigt hij zich in Amsterdam en woont in 1872 aan de Haarlemmerdijk 418. Hij heeft daar een kruideniersbedrijf. In Amsterdam wordt op 17.9.1872 de enige dochter geboren genaamd Maria Magdalena[4]; deze is per 4.5.1908 uit Amsterdam naar Hilversum afgevoerd, maar in Hilversum niet opgenomen.

Na het overlijden van Agatha verlaat Everhardus Amsterdam op 8.5.1911 om naar Den Haag te verhuizen, waar hij enkele maanden later overlijdt op de Regentesselaan 360.

4. Ferdinand Joha

Ferdinand (oom Fer), geb. Sneek 20.12.1843, ov. Utrecht 16.9.1900, heeft een opleiding tot boomkweker genoten en heeft dit bedrijf in Boskoop en in Alkmaar uitgeoefend, blijkens gegevens genoteerd bij gelegenheid van huwelijken waarbij hij als getuige optrad. In de huwelijksakte Alphen a/d Rijn 3.11.1892 van Jan Dirk Erkelens en Geertje Joha wordt Ferdinand ook genoemd als getuige: "oud acht en veertig jaren, particulier, wonende te Utrecht". In Utrecht heeft hij gewoond op het adres Hoenderstraat 40, alwaar hij ongehuwd is overleden.

6. Berendina Margaretha Joha

Berendina, geb. Sneek 19.3.1848, ov. Apeldoorn 14.11.1927, trouwt Maarssen 29.12.1875 David Eekma, geb. Hoogezand 17.2.1824, ov. 's-Gravenhage 14.2.1907[5]. David Eekma was de derde zoon uit het huwelijk van Bouke Eekma, medicinae docter en vroedmeester, en Anna Catharina Lijphart, welk huwelijk 14 kinderen telde[6].

David studeerde voor apotheker en verkrijgt in Den Haag uit handen van de Provinciale Commissie voor Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht in Zuid-Holland zijn bul in de artsenijbereidkunde op 3 april 1849. Deze bul wordt nog steeds in de familie Eekma bewaard. Op 7 mei 1850 begint hij in Leiden als apotheker, in 1851 gaat hij naar Goes, vertrekt later als militair apotheker naar Nederlands Indië en is op Borneo als zodanig werkzaam geweest. Als hij in 1873 in ons land terug komt, brengt hij uit Borneo een dochtertje mee: Johanna Sophia Eekma, geb. Amoenthal 27.5.1864. Zijn moeder is inmiddels weduwe geworden en woont in Maarssen, daarom komt David ook naar Maarssen. Ook het dochtertje komt daarheen, na een verblijf van enkele maanden in Avereest. Hij neemt de apotheek van Joha over en trouwt de veel jongere Berendina Margaretha.

In 1891 vertrekt het gezin naar Dordrecht, waar Eekma opnieuw een apotheek begint[7]. In Maarssen is een zoon geboren op 17.11.1876, genaamd Jouke David Teitsma. Deze zoon gaat op 19.9.1892 in Nijmegen in militaire dienst, wordt officier. Op 26.9.1906 verhuist David Eekma naar Den Haag, waar hij echter reeds op 14.2.1907 is overleden. Berendina verhuist daarna ook officieel naar Den Haag op 19.2.1907. Zij woont daar op vele adressen, o.a. op de Lange Poten. In deze periode was zij éen van de vier dames van het zgn. whist-clubje. De andere dames waren: Renske Erkelens-ter Cock, Anna Maria van Warmlo-Erkelens en Elisabeth Hattink-Erkelens. Deze vrouwen zijn alle terug te vinden in de genealogie Erkelens waaraan de Joha's geparenteerd raakten.

Op 25.1.1917 vetrekt Berendina naar Apeldoorn. In het jaar 1927 werd zij op zekere morgen in het pension waar zij woonde, zittend aan tafel dood aangetroffen.

Haar zoon die inmiddels getrouwd was, overleed reeds eerder en wel in Harderwijk op 23.3.1919 aan de Spaanse griep. Zijn nakomelingen vormen een apart verhaal.

Ook de verdere levensgeschiedenis van de Indische dochter, die Ietje genoemd werd, kan afzonderlijk worden beschreven. Naar verluid werd zij een bekend zangeres, trouwde een zekere Koopman, kreeg een zoon die op zijn beurt militair werd en met wie het slecht afliep.

Noten
[1]  Later heeft deze boerderij "Friesland" geheten.
[2]  Akte Leersum nr. 10.
[3]  Bron: familie Versteegh, boerderij Weivliet, Achterweg 6, Leersum; nakomelingen van Aart.
[4]  R.A. Noord-Holland.
[5]  R.A. Zuid-Holland.
[6]  R.A. Groningen.
[7]  G.A. Dordrecht.