DEEL 4: DE UTRECHT-ZUIDHOLLANDSE TAK

1. De eerste generatie

De aanduiding Utrecht-Zuidhollandse tak wil aangeven, dat de representanten van deze tak in de loop van een tweetal generaties uit Friesland via de provincie Utrecht in hoofdzaak naar Zuid-Holland zijn verhuisd, in welke provincie deze tak thans nog in belangrijke mate woont. Uiteraard hebben wij ons bij de beschrijving van de nazaten beperkt tot degenen die de naam Joha dragen. Dit deel van de geschiedenis vangen wij aan met Jouke Teitsma Joha.

Jouke Teitsma Joha

Jouke Teitsma Joha, geb. Dokkum 4.12.1811, ov. Bussum 22.2. 1879, is de tweede zoon van mr. Antonius Joha en Anna Teitsma. Zoals in het begin van 19e eeuw meer gebruikelijk was, is bij de voornamen de van moederszijde afkomstige achternaam Teitsma opgenomen, zodat hij in zijn voornamen de gehele naam van zijn grootvader Jouke Teitsma heeft gedragen. De familie Joha was hervormd, maar de familie Teitsma doopsgezind en dat was de reden dat de kinderen beurtelings voor de hervormde dan wel de doopsgezinde gemeente bestemd werden. Zo werd Jouke Teitsma Joha in tegenstelling tot zijn oudere broer Thomas als klein kind niet gedoopt, omdat hij tot de doopsgezinde gemeente werd gerekend. Jouke heeft deze manier van doen ook in zijn eigen huwelijk toegepast.

Zijn jeugd heeft hij in Dokkum en vanaf 1818 in Franeker doorgebracht, in welke plaats hij waarschijnlijk zijn opleiding tot apotheker heeft ontvangen. In de familie Romar, waartoe zijn grootmoeder van vaderszijde behoorde, oefenden meerderen het vak van apotheker uit. Als Jouke bij het huwelijk van zijn zuster in 1835 als getuige optreedt, heet hij "apothekersbediende in Franeker". In oktober 1836 verhuist Jouke Teitsma Joha naar Sneek, waar hij een apotheek begint. Of hij in deze stad een bestaande zaak heeft overgenomen en op welke wijze hij zijn start heeft gefinancierd, is ons (nog) niet bekend. Ook zijn moeder, Anna Teitsma, verhuist naar Sneek. Nu haar dochter na haar trouwen naar Alkmaar is vertrokken, houdt niets haar meer in Franeker vast. Per 26 december 1836 vindt voor beiden de inschrijving in het lidmatenboek van de doopsgezinde gemeente van Sneek plaats[1].

Op welke manier, waar en wanneer, Jouke Teitsma Joha zijn vrouw Magdalena Margaretha van Wesel heeft leren kennen, is ons onbekend. Het is niet ondenkbaar dat Jouke naar Sneek verhuisd is, omdat hij Magdalena, die ten zuiden van Sneek in Woudsend woonde, al eerder kende.

Magdalena Margaretha van Wesel, geb./ged. Westbroek (U.) 26.1./5.2.1809, ov. Maarsseveen 13.1.1865, was de dochter van ds. Evert Jacob van Wesel en Berendina Margaretha Wolterbeek[2]. Doopgetuige was Johanna Louisa Wolterbeek, lidmate.

We zullen op deze plaats iets nader ingaan op de geslachten Van Wesel en Wolterbeek.

Het geslacht Van Wesel

Ds. Evert Jacob van Wesel[3] zou afstammen van een Evert van Wesel en Anna Rolandus[4], welke familie terug te voeren zou zijn tot het geslacht Van Wesell, beschreven door Matthijs Balen in "Beschryvinge der Stad Dordrecht"[5].

De eerste Dordtse vertegenwoordiger van het geslacht Van Wesell[6], genaamd Thomas van Wesell Cleijsz. (ca. 1480-1530), zou uit het Brabantse zijn gekomen, maar jammer genoeg geeft Balen geen enkele nadere aanduiding naar plaats van herkomst van genoemde persoon. Tot de familie zou de beroemde Andreas Vesalius, lijfarts van Karel V hebben behoord en het geslacht Van Wesell zou uit Wesel afkomstig zijn. Ook het nog levende geslacht Gualthérie van Weezel hoort tot deze stam. Volgens Balen droeg het geslacht Van Wesell een wapen: een rood veld, beladen met drie gaande wezels van zilver.

Het is zeer wel mogelijk dat de genealogie van Van Wesel veel uitvoeriger bekend is dan hierboven beschreven.

Ds. Evert Jacob van Wesel, geb./ged. Utrecht Jacobikerk 4./7.3.1782, ov. Sneek 26.10.1853, was de jongste zoon van mr. Gerard van Wesel en Magdalena Margaretha Rijpland, een Utrechtse familie[7], die aldaar zeven kinderen kreeg. In het Album Studiosum[8] treffen we drie zoons aan, die op de hierna vermelde data bij de universiteit zijn ingeschreven:

Ds. Evert Jacob van Wesel is predikant geweest in de dorpen Nieuwveen, Reeuwijk, Westbroek (1809-1819) en Woudsend. Na zijn emeritaat vestigt hij zich met zijn vrouw in Sneek, alwaar zij beiden zijn overleden. Hij ond./tr. Utrecht Catharijne kerk 27.7./ 11.8.1806 Berendina Margaretha Wolterbeek. Kinderen uit dit huwelijk, alle in Westbroek geboren en gedoopt:

  1. Magdalena Margaretha, 26.1./5.2.1809
  2. Gualthera Anna Maria, 24.12./6.1.1811
  3. Gerard Jacob, 3.8./9.8.1812, ov. ald. 19.3.1819
  4. Johannes Otto Conradus, ?/28.1.1815, ov. Ede 9.2.1880.

Deze tak Van Wesel zou met de laatste Johannes Otto Conradus zijn uitgestorven[9].

Het geslacht Wolterbeek

Betreffende het geslacht Wolterbeek is een uitvoerige genealogie bekend[10]. De familie draagt een wapen. Wij ontlenen aan deze genealogie enkele gegevens en beperken ons tot drie generaties:

  1. Ds. Philippus Henricus Wolterbeek, tr. Oosterbeek 16.7.1726 Bernardina Margriet de Gimmer.
  2. Ds. Johan Wolterbeek, geb. Utrecht 21.1.1730, begr. ald. Weeskerk 18.6.1806, was predikant te Diepenheim, Zutphen en Utrecht (1773-1804), tr. Zutphen 1.5.1758 Anna Maria Bröffel, ged. ald. 8.1.1737, begr. Utrecht 6.4.1806.
  3. Berendina Margaretha Wolterbeek, ged. Utrecht Geertekerk 15.12.1776, ov. Sneek 26.1.1842. Doophefster was Anna Maria de Camps, wed. Bröffel, die op hetzelfde adres woont als de ouders van de dopeling, nl. "Op de Oude Gracht" in het huis genaamd "Paus Adriaan".

Gezin Joha-van Wesel

Keren we terug naar de familie Joha-van Wesel. Dit echtpaar huwt burgerlijk in Sneek, het kerkelijk huwelijk is niet nagegaan. Mogelijk is een hervormd huwelijk in Woudsend, dan wel een doopsgezinde plechtigheid in Sneek. De bruid, 30 jaar oud, had geen toestemming van de ouders voor haar huwelijk nodig. Ze hebben gewoond in Sneek op het adres Leeuwenburg wijk 6, nr. 639. Uit het huwelijk worden in Sneek de volgende kinderen geboren:

  1. Antonius, geb. 17.7.1840, ov. Alphen a/d Rijn 3.6.1917 (doopsgezind).
  2. Everhardus Jacobus, geb. 29.9.1841, ov. ald. 1842 (hervormd).
  3. Everhardus Jacobus, geb. 18.10.1842, ov. Den Haag 4.10. 1911 (hervormd).
  4. Ferdinand, geb. 20.12.1843, ov. Utrecht 16.9.1900 (doopsgezind).
  5. Gerard Jacob, geb. 4.9.1845, ov. aldaar 19.11.1846 (doopsgezind).
  6. Berendina Margaretha, geb. 19.3.1848, ov. Apeldoorn 14.11.1927 (hervormd).

Moeder Anna Teitsma blijft nog enkele jaren in Sneek wonen, maar verhuist in 1843 naar Alkmaar, waar ze zelfstandig woont. Zijn overlijdt in Noord-Scharwoude op 6.11.1843 tijdens een bezoek ten huize van haar oudste zoon Thomas.

Magdalena Margaretha van Wesel raakt op latere leeftijd gedeeltelijk verlamd en er wordt besloten naar de provincie Utrecht te verhuizen. Hoe men tot deze keuze is gekomen, is ons onbekend, maar wellicht waren er nog banden met de omgeving Westbroek, de geboorteplaats van Magdalena, blijven bestaan. Het gezin verlaat Sneek in mei 1856 en vestigt zich in Maarsseveen, waar huize "De Vecht" gelegen aan de Vecht, wordt betrokken. Volgens familie-overlevering was Joha vrijmetselaar en vonden er in dit huis regelmatig bijeenkomsten van deze organisatie plaats. Op een van de foto's die er van hem te vinden zijn, zou hij een zgn. "vrijmetselaarsstaf" in de hand houden. Ook aan zijn horlogeketting droeg hij gouden "tekentjes".

Op 10 januari 1865 overlijdt Magdalena. Jouke Teitsma Joha verhuist daarop met het gezin naar Maarssen, waar hij zijn werk weer opneemt en een apotheek opent op de Langegracht ca. 100 meter vanaf de brug over de Vecht.

De oudste zoon, Antonius, trouwt op 16.4.1868 met Maria van de Geer uit Maarsseveen, de tweede zoon Everhardus trouwt te Bussum zijn nichtje Agatha van de Pol. Ferdinand zal in verband met zijn opleiding tot boomkweker al de deur uit zijn geweest en tenslotte trouwt de dochter Dina op 29.12.1875 te Maarssen met David Eekma, die de apotheek zal voortzetten[11].

Wanneer alle kinderen het huis hebben verlaten, verhuist Jouke Teitsma naar Bussum en vestigt zich vlak bij zijn zus Maria Margaretha, die daar eerst als echtgenote, later als weduwe van Gerrit van de Pol woont. Hij overlijdt als rentenier in 1879[12], terwijl Maria Margaretha hem tot 10.6.1901 overleeft.

Noten
[1]  Burgerlijk verhuizen beiden van Franeker naar Sneek; kerkelijk worden allebei uit Leeuwarden naar Sneek overgeschreven. In de doopsgezinde broederschap mag men lid zijn van een gemeente buiten de eigen woonplaats.
[2]  G.A. Utrecht.
[3]  Genealogie Van Wesel en Van den Honert. Volgens August de Man, die onderzoek doet naar de familie Van Wesel, is het onjuist dat Vesalius bij deze familie hoorde.
[4]  Zie W. Kroon, Nederlandse Leeuw 1951 p. 11 e.v.
[5]  Dordrecht, 1677. In dit werk zijn een groot aantal Dordtse geslachten opgetekend.
[6]  Idem, p. 1263-1286.
[7]  R.A. Utrecht.
[8]  Utrecht 1886, G.A. Utrecht.
[9]  Zie W. Kroon.
[10]  Nederland's Patriciaat 6e jrg. p. 396 (1915).
[11]  R.A. Utrecht.
[12]  R.A. Noord-Holland.