Na het overlijden van Maria Johanna komen de drie kinderen in het Amsterdamse stadweeshuis terecht, alwaar zij een aantal jaren verblijven.
Kinderen:
Van Gerrit, geb. Amsterdam 25.1.1855, ov. onbekend, is ons eigenlijk niets bekend. In 1878 vertrekt hij uit N. Amstel naar Den Haag, maar aldaar niet gevonden.
Uit correspondentie van zijn jongste zus Hendrika uit 1900 valt op te maken, dat hij vóór dit jaar reeds zou zijn overleden. Zij noemt namelijk als enig familielid haar zuster Johanna Harmina Catharina, die met Willem Vogelzang is getrouwd en in Dordrecht woont.
In de akten komen verschillende schrijfwijzen van de voornamen van Johanna voor.
Zij trouwt in 1879 vanuit het huis van haar oudste zus, die in N. Amstel woont met Willem Vogelzang.
Willem Vogelzang, geb. Delft 12.10.1851, ov. Den Haag 3.3. 1921, ambtenaar Rijkswaterstaat, zn. van Pieter, meester smid, en Wilhelmina van der Bilt, tr. N. Amstel 31.7.1879 Johanna Harmina Catharina de Vries.
Willem Vogelzang heeft verschillende standplaatsen gehad, zoals Haarlem, Dordrecht en Den Haag. In Dordrecht woonde de familie van 1897 tot 1911 Dubbeldamseweg 70, Kromhout 3 rood en Kon. Wilhelminastraat 5 rood[1]. Tijdens hun verblijf in Dordrecht woonde hun nichtje Johanna Geertruida van der Kaaij van 1897 tot 1901 bij hen in.
Kinderen uit de familie Vogelzang:
Hendrika, geboren Amsterdam 9.7.1861, ov. ald. 10.12.1924, is ongehuwd gebleven.
Nadat haar moeder in 1877 is overleden, blijft ze de eerste tijd bij haar zuster in N. Amstel, maar vindt een betrekking als kinderjuffrouw, achtereenvolgens in diverse plaatsen, zoals Amsterdam, Rotterdam, Groningen, 's-Graveland en tenslotte in 1887 weer in Amsterdam. Zij is verloofd met een ons onbekende jongeman uit Amsterdam, die in een stoffenwinkel werkzaam was. Zij raakt in verwachting, maar de jongeman weigert haar te trouwen.
Begin 1888 gaat Hendrika naar Haarlem, waar haar zoon Jan Anton 7.3.1888 wordt geboren in een ziekenhuis of kliniek. Het kind wordt opgenomen binnen de familie Van Bruggen op 28.3.1888.
Later wordt Hendrika hoofd linnenkamer van het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam.
Zij heeft lang gewoond in de Bosboom Toussaintstraat 40, waarvan enige jaren bij een mej. Van der Kaaij. Ook Dirk van der Kaaij heeft bij haar gewoond.
In 1917 is zij verhuisd naar de Hofjes, mogelijk wegens vervroegde pensionering als gevolg van ernstige doofheid. Na haar overlijden in 1924 heeft mijn vader geweigerd naar haar begrafenis te gaan, want hij moest zich voor een neef van de overledene uitgeven.
Noten
[1] Van 1928-1936 woonde de familie Timmer-Van Asperen, oom en tante van Greta de Vries-Joha, op hetzelfde adres.
© 2001-2005 Hugo J.K. de Vries, All Rights Reserved