Gerrit de Vries

1736-1788

Gerrit de Vries, oudste zoon van Cornelis en Weijntje Kant, ged. Spaarndam 29.1.1736, ov. ald. 22.10.1788 (cl. van f. 15,--), treedt niet in de voetsporen van zijn vader, maar vestigt zich in Spaarndam aan de wal als toeleverancier van de schippers en vissers, die in "de Kolk" op hun beurt moeten wachten om een der Spaarndammer schutsluizen te passeren.

Hij bouwt een kruideniers- en victualiënbedrijf op en de winkel floreert zo goed, dat Gerrit in 1769 de Edelmogende Heren Gecommiteerde Raaden van de Staaten van Holland en Westvriesland toestemming vraagt zijn vergunning voor het tappen van bier en wijn uit te breiden. In verband met deze aanvrage verzoekt Gerrit aan het Gerecht van Spaarndam om een adhesiebetuiging, hetgeen dit college bewilligt bij hun brief aan de Hoogmogenden, gedateerd 5.10.1769. We nemen aan dat de Hoogmogenden gunstig over de aanvrage hebben beschikt, want dan is verklaarbaar dat Gerrit op 1.1.1770 twee huysen aan de Noordzij Kolk van zijn vader Cornelis met huysvrouw Jannetje Butenhuyse koopt voor f. 1600.

Intussen is Gerrit reeds een tiental jaren getrouwd, want hij huwt Spaarndam 25.2.1759 Jannetje Jacobs Koster, ged. ald. 12.6.1735, ov. ald. 4.7.1793, dr. van Jacob Jacobs Koster en Trijntje Jacobs Koek.

We hebben nu de ingewikkelde familieverstrengeling tussen de families Koster, Buytelaar en Van Limmen verder te ontrafelen.

Jacob Jans Koster, ged. Spaarndam 9.2.1670, ov. omstr. 1695, zn. van Jan Willemsen (Koster) en Jannetje Cornelis, tr. Trijntje Fuyten Buytelaar, ged. Spaarndam 13.7.1673, ov. ald. 14.8.1744 (die we al eerder hebben leren kennen). Dit echtpaar krijgt twee kinderen, in Spaarndam gedoopt:

  1. Fuyt, ged. 11.5.1693, getuigen Adriaan Fuyten en Reinoutje Dirkje Laspenning.
  2. Jacob, ged. 11.12.1695 (vader is overleden), getuigen Adriaan Fuyten en Jannetje Cornelis; in haar plaats stond Lysbeth Jans Koster.

Zoon Jacob, overlijden aangegeven 22.11.1740 (cl. f. 3,--), tr.:

Na het overlijden van Jacob Jacobs Koster zet zijn vrouw de zaak voort en woont en 1742 aan de Kolk Oostzijde als blookemaakster. Zij hertrouwt zoals reeds is vermeld, Spaarndam 24.7.1746 Gerrit Vet.

Gerrit de Vries en Jannetje Jacobs Koster drijven met veel succes hun winkelbedrijf.

Gerrit cedeert en transporteert op 3.5.1770 te Spaarndam aan zijn halfbroer Tames huys en erve aan het Vissers End voor f. 450 excl. kosten[1].

Het echtpaar Gerrit de Vries-Jannetje Jacobs Koster krijgt de volgende kinderen, alle in Spaarndam gedoopt:

  1. Cornelis, ged. 1.1.1760, ov. ald. 16.1.1799 (p.d.).
  2. Trijntje, ged./ov. 10.5.1761.
  3. Jacob, ged. 10.10.1762, ov. Santpoort 18.2.1797.
  4. Maartje, ged. 8.1.1764, ov. ald. 15.5.1790.
  5. Dirk, ged. 1.9.1765, ov. Amsterdam 27.3.1804.
  6. Wijntie, ged. 17.9.1766, ov. ald. 14.2.1827.
  7. Willem, ged. 1.1.1768, ov. 27.1.1768.
  8. Willem, ged. 20.4.1769, ov. ald. 1804.
  9. Gerrit, geb./ov. 29.10.1771.
  10. Gerrit, geb./ov. 17.7.1773.
  11. Trijntje, ged. 3.11.1777.
Het valt op dat de meeste volwassen geworden kinderen niet veel ouder dan 40 jaar zijn geworden.

Na het overlijden van Gerrit verkoopt Jannetje, die volgens een testament d.d. 28.12.1764 verleden voor notaris Beuns te Haarlem enige erfgenaam van haar man is, op 7.5.1789 huys en erve achter de Kerk aan de Vaart aan Keyer Cornelisz Peper voor f. 600, contant betaald[2]. Zij zet het bedrijf van haar overleden man niet voort, maar verkoopt op 4.11.1790 een huys met erve, zeggende een kruideniers- en victualiënwinkelhuis met alle winkelgereedschappen zo vast en losse aan Pieter Morren, sluyswachter van de grote Kolksluizen. De koper betaalt comparante f. 4,-- per week tot aan comparantes dood en moet na comparantes dood binnen 3 maanden aan erfgenamen of rechtverkrijgenden f. 2500 betalen. Opgesteld wordt een kustingsbrief op de voormelde koopakte (een soort hypotheekakte), waarin tevens is opgenomen dat koper het huis goed zal onderhouden[3].

Na het overlijden van Jannetje in 1793 treden haar zonen Jacob en Dirk de Vries en Everhardus te Veltrup, schoonzoon, als benoemde executeurs bij testament opgemaakt 11.6.1793 voor notaris Jan Schouten, op als verkopers van panden en weiland per 3.10.1793, te weten[4]:

  1. een huys en erve noordzijde Kolk voor f. 135 aan Pieter Morren, contant betaald, onder voorwaarde dat Cornelis de Jong dit pand zijn hele leven mag blijven bewonen voor f. 28 per jaar.
  2. aan Everhardus te Veltrup een huys met erve N. Westzijde Kolk voor f. 700, contant betaald. Everhardus treedt hier tegelijkertijd op in drie functies. Hij is schepen van Spaarndam en dus lid van het gerecht, waarvoor de akte is verleden. Voorts is hij executeur en tenslotte koper van het pand.
  3. aan Hannes Zundorp een stuk wei- of hooiland in de Spaarndammer Polder, 3 morgen, 150 roeden groot, voor f. 545, contant betaald.
Door deze verkopen zijn de eigendommen van Gerrit en Jannetje te gelde gemaakt en verdeeld.

Noten
[1]  R.A. 30, deel 6, pag. 116.
[2]  R.A. 30, deel 6, pag. 159.
[3]  R.A. 30, deel 6, pag. 173.
[4]  R.A. 30, deel 6, pag. 198, 199 en 200.